ECLI:NL:RBROT:2021:5923
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- A. Buizer
- A. Verweij
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter in bestuursrechtelijke voorlopige voorziening
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die een voorlopige voorziening behandelde betreffende een besluit van de burgemeester. Het verzoek betrof vermeende vooringenomenheid en het niet erkennen van het ontbreken van stukken van de gemeente.
Tijdens de zitting is vastgesteld dat de gemachtigde van verzoeker slechts eenmaal heeft aangegeven geen stukken te hebben ontvangen en dit niet expliciet of herhaaldelijk heeft benadrukt. De rechter heeft geen conclusies getrokken over het dossier en is niet vooringenomen bevonden.
De wrakingskamer heeft het proces-verbaal van de zitting als uitgangspunt genomen en geoordeeld dat de enkele stellingen onvoldoende zijn om vooringenomenheid aan te tonen. De rechter heeft vragen gesteld ter feitelijke vaststelling en niet stilzwijgend het besluit van de burgemeester als juist aangenomen.
Daarom is het wrakingsverzoek ongegrond verklaard en afgewezen. De beslissing is door drie rechters genomen en op 17 juni 2021 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is ongegrond verklaard en afgewezen wegens gebrek aan aanwijzingen voor vooringenomenheid.