ECLI:NL:RBROT:2021:5919
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens te late indiening na zitting
Verzoekster, een besloten vennootschap, diende een wrakingsverzoek in tegen mr. J.B. Smits, rechter in de rechtbank Rotterdam, naar aanleiding van uitlatingen en gedragingen tijdens een zitting op 20 april 2021. De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek niet tijdig was ingediend, aangezien het pas op 26 april 2021 werd ingediend, terwijl verzoekster bij die zitting aanwezig was en kennis kon nemen van de feiten waarop het verzoek was gebaseerd.
De rechtbank benadrukte dat een wrakingsverzoek onmiddellijk na het bekend worden van de feiten moet worden gedaan, waarbij een korte beraadtermijn acceptabel is. In dit geval werd de termijn ruimschoots overschreden. Verzoeksters argument dat zij tijd nodig had om het wrakingsmiddel zorgvuldig te overwegen, werd niet geaccepteerd als rechtvaardiging voor de vertraging.
Daarnaast overwoog de wrakingskamer dat zelfs indien het verzoek ontvankelijk was geweest, de geuite bezwaren onvoldoende waren om wraking toe te wijzen. Het actief stellen van kritische vragen door de rechter tijdens een comparitie van partijen is een normale taak en vormt geen grond voor wraking. De vermeende warrigheid van het voorlopige oordeel van de rechter bood eveneens geen aanleiding tot wraking.
De rechtbank verklaarde daarom het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk en wees het af.
Uitkomst: Verzoekster is niet-ontvankelijk verklaard in het wrakingsverzoek wegens overschrijding van de termijn voor indiening.