Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
2..De vaststaande feiten
een bordeel te exploiteren;
andere (al dan niet strafbare) handelingen te verrichten die het woonklimaat in en nabij het gehuurde schade (kunnen) toebrengen.
Rechtbank Rotterdam
Woonstad Rotterdam vordert in kort geding de ontruiming van een woning die door de burgemeester voor drie maanden is gesloten wegens exploitatie van een illegale seksinrichting. De huurovereenkomst was in 2017 ontbonden, maar de huurder bleef de woning gebruiken. Woonstad ontbond de overeenkomst buitengerechtelijk op grond van artikel 7:231 lid 2 BW Pro.
De kantonrechter stelt dat ontruiming een ingrijpende maatregel is en dat de vordering alleen toewijsbaar is als deze in een bodemprocedure waarschijnlijk wordt toegewezen en er sprake is van spoedeisend belang. Hoewel de burgemeester de woning sloot wegens verstoring van de openbare orde, is de bestuursrechterlijke beoordeling van het besluit nog niet afgerond.
De civiele rechter moet de proportionaliteit van de ontbinding en ontruiming toetsen. De kantonrechter weegt het belang van Woonstad tegen dat van de huurder, die een kwetsbare gezondheid heeft. De enkele, korte periode van prostitutie en beperkte overlast zijn onvoldoende voor onmiddellijke ontruiming. De vordering wordt afgewezen, evenals de gevorderde schadevergoeding en kosten. Woonstad wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen tot ontruiming en schadevergoeding worden afgewezen vanwege onvoldoende aannemelijkheid van disproportionele ontbinding en belangenafweging.