Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..[gedaagde 1],
2. [gedaagde 2],
3. [gedaagde 3],
4. [gedaagde 4],
1..Het verloop van de procedure
2..De vaststaande feiten
.
3..Het geschil
4..De beoordeling
5..De beslissing
:
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak vordert eiseres ontbinding van de huurovereenkomst met gedaagden wegens een huurachterstand van € 9.598,06 tot en met januari 2021. Gedaagden erkenden de achterstand en gaven aan door de coronacrisis financieel in moeilijkheden te zijn gekomen, maar betwistten de vordering niet.
De kantonrechter overweegt dat de financiële omstandigheden van gedaagden hen niet ontslaan van hun betalingsverplichtingen. Ondanks gedeeltelijke betalingen is de huurachterstand niet ingelopen, mede doordat de huur over december 2020 en januari 2021 onbetaald bleef. Dit rechtvaardigt ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde.
Daarnaast worden gedaagden veroordeeld tot betaling van de huurachterstand inclusief wettelijke rente, een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, en de lopende huur vanaf februari 2021 tot aan de ontruiming. De gevorderde dwangsom wordt afgewezen wegens onvoldoende concreetheid. Gedaagden worden veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en gedaagden veroordeeld tot ontruiming en betaling van huurachterstand, rente, incassokosten en proceskosten.