Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
2..De vaststaande feiten
3..Het geschil
primairwordt veroordeeld tot betaling aan [eiseres] van een bedrag van € 22.055,34 in hoofdsom, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 29 mei 2020 tot aan de dag van algehele voldoening, althans de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening;
4..De beoordeling
5..De beslissing
: