Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de meervoudige kamer van 17 juni 2021 in de zaken tussen
[trustkantoor 1] ,
De Nederlandsche Bank N.V., verweerster (DNB),
Procesverloop
[naam 4] en [naam 5] , allen werkzaam bij DNB.
Overwegingen
- ondanks een plotselinge verandering in de wijze van financieren en de aanwezigheid van verhoogde witwasrisico’s - geen nader onderzoek verricht naar de structuur van de vennootschap en de wijze waarop deze is gefinancierd. [eiseressen] heeft geen periodieke review verricht bij inactieve cliënten. Ten tijde van primair besluit 1 had [eiseressen] nog 25 van dergelijke cliënten bij wie tenminste twee jaar geen cliëntenonderzoek was verricht.
- ondanks dat zij eerder door DNB op relevante vereisten (en overtredingen) van de wetgeving is gewezen - niet bereid of in staat is gebleken in de jaren voorafgaand aan de aanwijzing orde op zaken te stellen en te bewerkstelligen dat de toepasselijke wet- en regelgeving wordt nageleefd. Ten tijde van het opleggen van de aanwijzing waren de overtredingen nog niet beëindigd en waren daartoe - ook met inachtneming van het plan van aanpak en de eerste voortgangsrapportage - nog onvoldoende concrete (eerste) stappen genomen. DNB hoefde er daarom geen vertrouwen in te hebben dat [eiseressen] op eigen initiatief en binnen afzienbare termijn alle overtredingen adequaat en structureel zou beëindigen. Daarnaast mocht DNB van belang achten dat de structurele tekortkomingen hebben plaatsgevonden onder leiding van onder meer [bestuurder 1] als aandeelhouder en/of bestuurder. Hij was persoonlijk betrokken bij doelvennootschappen, waaronder doelvennootschappen ten aanzien waarvan DNB meerdere en ernstige overtredingen heeft vastgesteld. Dit geeft er geen blijk van dat [bestuurder 1] integriteitsrisico’s - ook bij directe, persoonlijke betrokkenheid bij doelvennootschappen - steeds voldoende heeft herkend en daarop adequaat heeft gereageerd door passende beheersmaatregelen te nemen. Dit bracht het risico mee dat de review van de cliëntdossiers en de (her)beoordeling van de transacties die door deze doelvennootschappen zijn verricht, niet (voldoende) kritisch en onafhankelijk zouden plaatsvinden.
- De curator dient zich ervoor in te spannen dat [eiseressen] de gedragslijn uit de aanwijzing adequaat, tijdig en volledig opvolgt. In het bijzonder dient de curator
- De curator dient tweewekelijks, of zoveel vaker indien concrete ontwikkelingen daartoe aanleiding geven, aan DNB te rapporteren over de relevante ontwikkelingen.
rechtshandelingen het bestuur van [eiseressen] zou kunnen of moeten verrichten om aan de aanwijzing te voldoen. Uit de correspondentie blijkt dat de curator zijn taak niet zo heeft opgevat als in de wet is neergelegd. In e-mails (van onder meer 22 oktober 2019) schrijft hij: ‘dat is niet mijn taak’, ‘het is niet de curator maar (het bestuur van) [eiseressen] die verantwoordelijk is voor de opvolging van de aanwijzing en het is DNB die aan het eind van de rit beoordeelt of volledig aan de aanwijzing is voldaan’, ‘zonder te beoordelen of [eiseressen] met dit document een correcte invulling geeft’ en ‘ik ga niet op de stoel van het bestuur zitten’ en bijvoorbeeld in het curatorverslag no. 2 (periode 17 tot en met 14 september 2019) op p.6: ‘opeens gaat het over mijn curatorrol (…) ik zie er op toe dat de opvolging van de aanwijzing op een goede manier gebeurt’. Deze taakopvatting van de curator is gelet op de formulering van de opdracht door DNB zonder meer begrijpelijk, maar de wetgever gaat uit van een meer sturende en besluitvormende taak van de curator.
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt bestreden besluit 1 voor zover dat ziet op het verstrekken van het auditrapport in gedragslijn iii;
- verklaart het bezwaar tegen primair besluit 1 gegrond en herroept dat besluit voor zover het ziet op gedragslijn iii en het benoemingsbesluit;
- vernietigt bestreden besluit 2 voor zover dat ziet op de verlenging van het benoemingsbesluit;
- verklaart het bezwaar tegen primair besluit 2 gegrond en herroept dat besluit voor zover het ziet op de verlenging van het benoemingsbesluit;
- vernietigt bestreden besluit 3;
- verklaart het bezwaar tegen primair besluit 3 gegrond en herroept dat besluit;
- vernietigt primair besluit 4;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde (gedeelten van de) bestreden besluiten;
- bepaalt dat DNB aan [eiseressen] € 1.422,- aan griffierechten vergoedt;
- veroordeelt DNB in de proceskosten van [eiseressen] tot een bedrag van € 2.403,-.