Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
[naam eiseres], eiseres, beiden te [woonplaats] , samen: eisers
Rechtbank Rotterdam
Eisers hebben beroep ingesteld tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam waarin hun recht op bijstand op grond van de Participatiewet werd herzien en terugvordering werd opgelegd. De rechtbank heeft onderzocht of eiser terecht als zelfstandige is aangemerkt volgens het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004).
Uit het dossier blijkt dat eiser meer dan 1225 uur als zelfstandige heeft gewerkt en de zelfstandigenaftrek heeft toegepast bij zijn belastingaangifte over 2019, ondanks eerdere waarschuwingen. Hierdoor voldoet eiser aan het urencriterium en de overige voorwaarden van artikel 1, aanhef en onder b, van het Bbz 2004. Dit betekent dat eiser niet voldoet aan de voorwaarden voor een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat eiser als zelfstandige moet worden beschouwd en dat het beroep daarom ongegrond is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is mondeling gedaan op 9 juni 2021 door rechter M.I. Blagrove.
Uitkomst: Het beroep is ongegrond verklaard omdat eiser voldoet aan de zelfstandigencriteria van het Bbz 2004 en geen recht heeft op bijstand op grond van de Participatiewet.