ECLI:NL:RBROT:2021:5031
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Opheffing testamentair bewind wegens vervallen vrees en bekwaamheid beheer financiën
Op 31 mei 2021 heeft de rechtbank Rotterdam op verzoek van de bewindvoerder het testamentair bewind opgeheven dat was ingesteld over het vermogen van [persoon A], verkregen uit de nalatenschap van haar moeder. Het bewind was ingesteld op grond van een vrees dat derden, met name de ex-partner van [persoon A], het erfdeel zouden ontfutselen.
De rechtbank overwoog dat deze vrees niet langer bestaat omdat de ex-partner al jaren geen rol meer speelt in het leven van [persoon A]. Tevens is gebleken dat [persoon A] sinds 2008 zelfstandig in haar levensonderhoud voorziet, een vaste aanstelling heeft en binnenkort AOW ontvangt. Er is geen sprake van schuldenproblematiek of andere derden die het vermogen kunnen opeisen.
Gezien deze omstandigheden acht de rechtbank aannemelijk dat [persoon A] het vermogen zelf op verantwoorde wijze kan beheren. Zowel de bewindvoerder als [persoon A] stemden in met opheffing van het bewind. De rechtbank besloot het testamentair bewind op te heffen en de proceskosten ieder voor eigen rekening te laten.
Uitkomst: Het testamentair bewind over het vermogen van [persoon A] wordt opgeheven omdat de oorspronkelijke vrees niet meer bestaat en zij haar financiën verantwoord kan beheren.