ECLI:NL:RBROT:2021:4747
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde bovenwoning in Rotterdam in context van exploderende woningmarkt
De zaak betreft de vaststelling van de WOZ-waarde van een bovenwoning in Rotterdam per 1 januari 2018. De heffingsambtenaar stelde de waarde aanvankelijk vast op €292.000, wat door eiser werd bestreden. In bezwaar bleef de waarde gehandhaafd, waarna eiser beroep instelde.
De rechtbank oordeelt dat de door verweerder in beroep verdedigde waarde van €233.000 correct is en vernietigt het bestreden besluit. Eiser betoogde dat de waarde te hoog is vanwege de explosieve stijging van huizenprijzen en dat de vergelijkingsmethode onjuist is toegepast. De rechtbank stelt dat de WOZ-waarde jaarlijks onafhankelijk wordt vastgesteld op basis van marktgegevens en dat de vergelijkingsmethode een geschikte waarderingsmethode is.
De rechtbank vindt de gebruikte vergelijkingsobjecten voldoende vergelijkbaar en dat verweerder adequaat rekening heeft gehouden met verschillen in voorzieningen, onderhoud en kwaliteit. De waarde van de woning wordt vastgesteld op €233.000. Tevens wordt verweerder opgedragen het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het bestreden WOZ-besluit en stelt de waarde van de woning vast op €233.000.