Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
2..De vaststaande feiten
3..Het geschil
4..De beoordeling
5..De beslissing
:
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak vordert eiser betaling van het restant van de aankoopsom van een restaurant dat gedaagde in het najaar van 2019 van hem heeft overgenomen. De koopprijs bedroeg €50.000, waarvan €25.000 reeds was betaald. Gedaagde heeft tot op heden €20.000 voldaan en is nog €5.000 verschuldigd.
De kern van het geschil betrof of deze betalingsverplichting voortvloeit uit een koopovereenkomst of een geldleningsovereenkomst. Partijen hebben ter zitting bevestigd dat het gaat om een koopovereenkomst, ondanks dat de overeenkomst een geldleningsovereenkomst werd genoemd.
Gedaagde voerde verweer dat hij door eiser was misleid over de omzet en de staat van de elektriciteit in het restaurant, wat hem tot verbouwingen dwong. Eiser betwistte dit en stelde dat gedaagde voldoende gelegenheid had om de situatie te beoordelen, onder meer door meelopen met een boekhouder en inzage in de omzetcijfers.
De rechtbank oordeelde dat gedaagde zijn misleidingsverweer onvoldoende had onderbouwd en verwierp dit. De vordering tot betaling van het restantbedrag werd daarom toegewezen, inclusief btw over de dagvaardingskosten. Gedaagde werd veroordeeld in de proceskosten en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €5.000 restant aankoopsom en proceskosten, misleidingsverweer verworpen.