Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..[gedaagde 1] , en
1..Het verloop van de procedure
2..De vaststaande feiten
3..Het geschil
4..De beoordeling
5..De beslissing
:
Rechtbank Rotterdam
De stichting Woningmaatschap Rotterdam (SWR) vordert ontbinding van de huurovereenkomst met [gedaagde 1] en [gedaagde 2], betaling van huurachterstand en ontruiming van het gehuurde. De huurders betwisten de hoogte van de huurachterstand, met name de huurverhoging en de huur van de binnenparkeerplaats, en stellen dat zij de huur tot december 2020 hebben voldaan.
De kantonrechter oordeelt dat de huurovereenkomst door opzegging per 24 februari 2020, met inachtneming van een opzegtermijn van een maand, is geëindigd per 24 maart 2020. De huurders hebben de opzegging rechtsgeldig gedaan, ondanks contractuele voorwaarden die opzegging per deurwaardersexploot of aangetekende brief vereisen. De huurverhoging is rechtsgeldig toegepast omdat deze conform de algemene voorwaarden is aangekondigd en niet is betwist op grond van de berekening.
De huurders hebben de huur van de binnenparkeerplaats slechts gedeeltelijk betaald; de opzegging daarvan is rechtsgeldig per 24 maart 2020. De huurders worden veroordeeld tot betaling van een huurachterstand van €3.422,90 inclusief rente en kosten over de periode tot en met november 2020. Daarnaast worden zij veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen na betekening van het vonnis en tot betaling van de huur en schadevergoeding tot het moment van daadwerkelijke ontruiming.
De proceskosten worden aan de huurders opgelegd en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat betaling en ontruiming ook bij hoger beroep moeten plaatsvinden.
Uitkomst: De ontbinding van de huurovereenkomst wordt afgewezen, huurders worden veroordeeld tot betaling van huurachterstand, rente en kosten, en tot ontruiming binnen veertien dagen.