ECLI:NL:RBROT:2021:4195
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering Verklaring Omtrent het Gedrag wegens onvoldoende motivering
Eiseres had een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) aangevraagd voor een functie als verzorgende. De Minister voor Rechtsbescherming wees de aanvraag aanvankelijk af vanwege een openstaande strafzaak wegens een vermogensdelict in het Justitieel Documentatie Systeem (JDS). Nadat eiseres in die strafzaak werd vrijgesproken, werd het bezwaar tegen de afwijzing gegrond verklaard en de VOG alsnog verleend.
Eiseres stelde beroep in tegen het bestreden besluit en voerde aan dat de weigering onrechtmatig was, omdat deze was gebaseerd op een enkele verdenking zonder veroordeling, wat in strijd zou zijn met de onschuldpresumptie en het EVRM. Verweerder stelde dat de enkele verdenking voldoende grond was voor weigering en dat het strafdossier, inclusief camerabeelden, een redelijke verdenking ondersteunde.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit onvoldoende was gemotiveerd omdat verweerder niet had toegelicht waarom de verdenking ondanks de vrijspraak toch redelijk was. Dit vormde een motiveringsgebrek in strijd met artikel 7:12 Awb Pro. Het beroep werd gegrond verklaard en het besluit vernietigd. De rechtbank liet de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit echter in stand, omdat verweerder in het verweerschrift voldoende had gemotiveerd dat er een redelijke verdenking bestond.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres. De rechtbank benadrukte dat een weigering van een VOG op basis van een enkele verdenking is toegestaan, maar dat bij een vrijspraak een nadere motivering vereist is.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.