ECLI:NL:RBROT:2021:4174
Rechtbank Rotterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek opheffing uitleveringsdetentie en toewijzing schorsing wegens niet-onherroepelijk arrest uitleveringsverbod
De opgeëiste persoon verzocht primair om opheffing en subsidiair om schorsing van zijn uitleveringsdetentie, nadat het gerechtshof Den Haag in hoger beroep de uitlevering aan de Verenigde Staten had verboden. De rechtbank Rotterdam oordeelde dat het arrest van het hof nog niet onherroepelijk is, omdat tegen dit arrest cassatieberoep is ingesteld bij de Hoge Raad.
De rechtbank overwoog dat de uitlevering in eerste aanleg toelaatbaar was verklaard en dat het belang van de Staat om aan zijn verdragsrechtelijke verplichtingen te voldoen zwaarwegend is. Daarom achtte de rechtbank opheffing van de uitleveringsdetentie niet aan de orde, maar vond zij schorsing passend onder voorwaarden om te voorkomen dat uitlevering onmogelijk wordt als het cassatieberoep wordt verworpen.
De opgeëiste persoon heeft toegezegd zich aan de voorwaarden te houden, waaronder het inleveren van zijn paspoort en regelmatige meldingen bij de politie. De rechtbank wees het verzoek tot opheffing af, maar kende de schorsing toe onder de eerder geldende voorwaarden.
Uitkomst: Verzoek tot opheffing van uitleveringsdetentie afgewezen, maar uitleveringsdetentie geschorst onder voorwaarden zolang het arrest niet onherroepelijk is.