Art. 8:12 WvggzArtikel 2 lid 1 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid
AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Niet-ontvankelijkheid officier van justitie bij te laat ingediend verzoek voortzetting crisismaatregel Wvggz
De officier van justitie heeft op 5 maart 2021 een verzoek ingediend tot voortzetting van een crisismaatregel op grond van artikel 8:12 vanPro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Deze crisismaatregel was geldig tot en met 26 februari 2021. De rechtbank constateerde dat het verzoek te laat was ingediend, namelijk na het verlopen van de geldigheidsduur van de crisismaatregel.
Tijdens de mondelinge behandeling op 10 maart 2021, waarbij betrokkene en haar advocaat, alsmede de behandelend psychiater en arts-assistent via een beeld- en geluidverbinding werden gehoord, was de officier van justitie niet aanwezig omdat hij geen nadere toelichting nodig achtte.
Gezien de te late indiening verklaarde de rechtbank de officier van justitie niet-ontvankelijk in zijn verzoek. De beschikking is op 10 maart 2021 mondeling gegeven en op 18 maart 2021 schriftelijk uitgewerkt. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het verzoek van de officier van justitie niet-ontvankelijk wegens te late indiening.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/614521 / FA RK 21-1851
Betrokkenenummer: [nummer]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 10 maart 2021 betreffende een wijziging van machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel als bedoeld in artikel 8:12 vanPro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,hierna: de officier,
met betrekking tot:
[naam betrokkene],
geboren op [geboortedatum betrokkene] te [geboorteplaats betrokkene]
hierna: betrokkene,
wonende te Rotterdam,
thans verblijvende in het Erasmus Medisch Centrum te Rotterdam,
advocaat mr. R.A.F. Jansen te Rotterdam.
1..Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 5 maart 2021.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel van 5 februari 2021;
de beslissing inzake tijdelijke verplichte zorg van 4 maart 2021;
de aanvraag van de zorgverantwoordelijke van 4 maart 2021;
het advies van de geneesheer-directeur van 5 maart 2021.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 10 maart 2021. Bij die gelegenheid zijn (overeenkomstig artikel 2 lid 1 vanPro de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid) via beeld- en geluidverbinding gehoord:
betrokkene met haar hiervoor genoemde advocaat;
[naam psychiater] , psychiater, en
[naam arts-assistent] , arts-assistent, beiden verbonden aan Erasmus Medisch Centrum.
1.3.
Het verzoek is tegelijk behandeld met het verzoek van de officier tot het verlenen van een zorgmachtiging aansluitend op een crisismachtiging, bekend onder zaak- en rekestnummer: C/10/613989 / FA RK 21-1563.
1.4.
De officier is niet op de mondelinge behandeling verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.
2..Beoordeling
2.1.
De rechtbank heeft geconstateerd dat onderhavig verzoek is gedateerd en ingediend op 5 maart 2021. De op 5 februari 2021 afgegeven machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel was geldig tot en met 26 februari 2021. Onderhavig verzoek is na het verlopen van laatstgenoemde datum ingediend en is om die reden te laat.
2.2.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de officier niet-ontvankelijk verklaren in zijn verzoek.
3..Beslissing
De rechtbank verklaart het verzoek van de officier niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is op 10 maart 2021 mondeling gegeven door mr. M.W.J. van Elsdingen, rechter, in tegenwoordigheid van S.M. Plaisier-van Welie, griffier en op 18 maart 2021 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.