Uitspraak
1.Het procesverloop en de processtukken
2.Het verzoek en de reactie daarop
3.De beoordeling
[…]
Rechtbank Rotterdam
In een procedure over de omgang tussen een minderjarig kind en haar vader diende verzoekster een wrakingsverzoek in tegen de rechter wegens vermeende emotionele betrokkenheid en partijdigheid. Tijdens de mondelinge behandeling uitte de rechter boosheid en irritatie jegens verzoekster, wat leidde tot een korte schorsing van de zitting.
De wrakingskamer onderzocht of deze emoties de onpartijdigheid van de rechter hadden aangetast. Uit het dossier en het proces-verbaal bleek dat de rechter kritische vragen stelde die binnen haar taak vielen en dat de boosheid functioneel was en tijdig werd onderkend en professioneel beheerst door de schorsing.
De wrakingskamer oordeelde dat er geen objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid bestond en dat het vermoeden van onpartijdigheid niet was doorbroken. Het verzoek tot wraking werd daarom afgewezen. De beslissing werd genomen door een meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam op 31 maart 2021.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wegens vermeende emotionele betrokkenheid en partijdigheid is afgewezen.