Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
[naam tandartspraktijk],
Rechtbank Rotterdam
De werknemer was sinds maart 2017 werkzaam als tandarts- en preventieassistente bij de tandartspraktijk. De werkgever stelde dat de werknemer disfunctioneerde en bood haar een verbetertraject aan, waarna de arbeidsovereenkomst beëindigd zou worden bij onvoldoende verbetering. De kantonrechter oordeelde echter dat er geen sprake was van een adequaat verbetertraject en dat de werknemer onvoldoende duidelijkheid had gekregen over haar tekortkomingen en de mogelijkheid tot verbetering.
Subsidiair stelde de werkgever dat de arbeidsovereenkomst ontbonden kon worden wegens een verstoorde arbeidsverhouding. De kantonrechter stelde vast dat de relatie tussen partijen onherstelbaar was beschadigd, mede door een langdurig conflict en een 'gespreksverbod' tussen de werknemer en haar leidinggevende. De werkgever had onvoldoende ingegrepen in het conflict, wat als ernstig verwijtbaar werd aangemerkt.
De arbeidsovereenkomst werd ontbonden per 1 juli 2021. De werknemer kreeg recht op een transitievergoeding van €2.269,00 bruto en een billijke vergoeding van €5.000,00 bruto, vanwege het verwijtbaar handelen van de werkgever. De werkgever werd veroordeeld tot nakoming van haar financiële verplichtingen tot de ontbindingsdatum en correcte afwikkeling daarna. De kosten van de procedure werden ieder voor eigen rekening genomen.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 juli 2021 met toekenning van transitievergoeding en billijke vergoeding aan de werknemer.