ECLI:NL:RBROT:2021:3874

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
23 april 2021
Publicatiedatum
30 april 2021
Zaaknummer
8440711 CV EXPL 20-11163
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:37 lid 3 BWArt. 6:271 BWArt. 6:119 BWArt. 6:119a BW
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Buitengerechtelijke ontbinding overeenkomst en ongedaanmakingsverplichting tussen Microflown en opdrachtnemer

Microflown Avisa B.V. vorderde ontbinding van de overeenkomst met een opdrachtnemer wegens het niet leveren van een complete drone, inclusief de door Microflown toegezegde onderdelen. De kantonrechter stelde vast dat Microflown de opdrachtnemer terecht in gebreke had gesteld en dat de zending van onderdelen op het door de opdrachtnemer zelf gebruikte adres was afgeleverd, waardoor ontvangst werd aangenomen of het risico daarvan voor de opdrachtnemer kwam.

De opdrachtnemer had niet voldaan aan zijn verplichtingen en verkeerde daardoor in verzuim, waardoor Microflown gerechtigd was de overeenkomst buitengerechtelijk te ontbinden. De opdrachtnemer moest het reeds ontvangen bedrag van €4.403,19 terugbetalen, maar slaagde er niet in een op geld waardeerbare prestatie aan te tonen. De vordering van Microflown tot vergoeding van de waarde van de drone werd afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing.

In reconventie werd de vordering van de opdrachtnemer tot betaling van een meerwerkfactuur van €1.720,62 afgewezen wegens onvoldoende bewijs. De opdrachtnemer werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De opdrachtnemer wordt veroordeeld tot terugbetaling van €4.403,19 aan Microflown, met wettelijke rente, en de vorderingen tot vergoeding van de waarde van de drone en meerwerkfactuur worden afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8440711 CV EXPL 20-11163
uitspraak: 23 april 2021
vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Microflown Avisa B.V.,
gevestigd te Arnhem,
eiseres bij exploot van dagvaarding van 17 maart 2020,
verweerster in reconventie,
gemachtigde: mr. C.M. van der Burg te Zoetermeer,
tegen
[gedaagde],
handelend onder de naam [handelsnaam],
wonende te [woonplaats gedaagde] ,
gedaagde in conventie,
eiser in reconventie,
procederend in persoon.
Partijen worden hierna aangeduid als “Microflown” respectievelijk “ [gedaagde] ”.

1..Het (verdere) verloop van de procedure

1.1.
Het (verdere) verloop van de procedure volgt uit:
 het tussenvonnis van 4 december 2020, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald, en de daaraan ten grondslag liggende processtukken.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 5 januari 2021. Microflown is verschenen bij [naam 1] , directeur en indirect bestuurder, bijgestaan door mr. P.H. Bos, namens de gemachtigde. [gedaagde] is in persoon verschenen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van hetgeen ter zitting is besproken.
1.3.
De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis nader bepaald op heden.

2..De verdere beoordeling

in conventie
2.1.
In de eerste plaats ligt de vraag voor of Microflown terecht is overgegaan tot buitengerechtelijke ontbinding van de tussen partijen bestaande overeenkomst.
2.2.
Microflown heeft [gedaagde] op 10 januari 2020 in gebreke gesteld, omdat hij niet presteerde. In reactie op de ingebrekestelling heeft [gedaagde] bij e-mail van 21 januari 2020 onder meer gesteld dat hij de door Microflown toegezegde onderdelen nog niet had ontvangen en dus ook niet kon presteren. Microflown heeft daarop gesteld dat de onderdelen per koerier zijn afgeleverd op de bedrijfslocatie van [gedaagde] .
2.3.
Uitgangspunt is ingevolge artikel 3:37 lid 3 BW Pro dat een tot een bepaalde persoon gerichte verklaring (in dit geval: een zending afkomstig van Microflown met de door [gedaagde] te monteren onderdelen), om haar werking te hebben, die persoon moet hebben bereikt (de ontvangsttheorie). In dat artikellid is ook bepaald dat een verklaring die degene tot wie zij is gericht niet heeft bereikt, toch haar werking heeft indien dit niet bereiken het gevolg is van omstandigheden die zijn persoon betreffen en die rechtvaardigen dat hij het nadeel draagt. Indien de ontvangst van de verklaring wordt betwist, zoals in dit geval, dient Microflown als de afzender feiten of omstandigheden te stellen en zo nodig te bewijzen waaruit volgt dat het pakket door haar is verzonden naar een adres waarvan zij redelijkerwijs mocht aannemen dat zij [gedaagde] daar kon bereiken en op welke dag het pakket daar is aangekomen (HR 25 november 2016 ECLI:NL:HR:2016:2704).
2.4.
In het kader van wat hier, uitgaande van de onder 2.3. geformuleerde maatstaf, rechtens heeft te gelden overweegt de kantonrechter het volgende.
2.5.
Blijkens een bewijs van aflevering (productie 10 bij de conclusie van antwoord) is een zending van Microflown op 4 november 2019 door UPS afgeleverd aan “ [ontvanger] ” en in ontvangst genomen door “ [naam 2] ”. Microflown stelt dat uit navraag bij het verzamelgebouw is gebleken dat die [naam 2] de huismeester is, terwijl [gedaagde] stelt dat het verzamelgebouw geen huismeester heeft.
2.6.
Microflown stelt voor de verzending van de op de drone te monteren onderdelen gebruik te hebben gemaakt van het adres:
“ [adres]
Tussen partijen is niet in discussie dat dit het adres is van het verzamelgebouw waarin [naam bedrijf] is gevestigd.
2.7.
In de door [gedaagde] als productie 8 overgelegde e-mailwisseling naar aanleiding van de ingebrekestelling, stelt Microflown dat zij voor de verzending van de onderdelen gebruik heeft gemaakt van het adres dat op de website van [naam bedrijf] staat vermeld (e-mail van 21 januari 2020 om 22:16 uur), te weten het adres [adres] zonder unitnummer [unitnummer] . In zijn reactie (e-mail van 21 januari 2020 om 23:35 uur) stelt [gedaagde] dat het unitnummer duidelijk vermeld staat bij de contactgegevens op die website. [gedaagde] heeft echter in de procedure geen bewijs daarvan getoond, zodat dit niet vast staat.
2.8.
Wel staat vast dat [gedaagde] zich op de offerte van 28 september 2019 en de factuur van 3 oktober 2019 heeft bediend van het adres [adres] zonder unitnummer. Omdat hij zich op deze wijze presenteerde naar Microflown toe, mocht Microflown ervan uitgaan dat zij [gedaagde] op dit adres kon bereiken. De kantonrechter passeert het door [gedaagde] tijdens de mondelinge behandeling ingenomen standpunt dat dit slechts een bezoekadres is, reeds omdat [gedaagde] op zijn offerte en factuur zelf geen onderscheid heeft gemaakt tussen bezoekadres en postadres, maar alleen als adres vermeldt “ [adres] ”.
2.9.
Op grond van het voorgaande oordeelt de kantonrechter dat Microflown er van mocht uitgaan dat zij [gedaagde] op het adres dat hij zelf hanteerde op zijn offerte en zijn factuur kon bereiken. In rechte wordt er daarom van uit gegaan dat de onderdelen door [gedaagde] zijn ontvangen, althans dat het niet arriveren van de zending voor risico van [gedaagde] komt. De omstandigheid dat op een later moment de ingebrekestelling wel naar het adres met tevens de vermelding van het unitnummer is gestuurd maakt dit niet anders omdat Microflown ten tijde van de verzending van de onderdelen uit mocht gaan van de adresgegevens zoals die voor haar kenbaar waren uit de offerte en de factuur die zij van [gedaagde] had ontvangen.
2.10.
Microflown heeft [gedaagde] terecht in gebreke gesteld toen oplevering van de drone uitbleef. Ten onrechte stelt van [gedaagde] dat hij de drone reeds heeft opgeleverd, aangezien deze klaar was om naar Microflown te gaan. [gedaagde] zou immers pas aan zijn verplichtingen jegens Microflown hebben voldaan nadat hij de drone, compleet met alle door hem te monteren onderdelen, aan Microflown had geleverd. Zover is het echter niet gekomen.
2.11.
[gedaagde] is vervolgens in verzuim komen te verkeren na het laten verstrijken van de in de ingebrekestelling genoemde termijn van vijf dagen. Microflown was gelet hierop gerechtigd om over te gaan tot buitengerechtelijke ontbinding van de overeenkomst.
2.12.
Uit artikel 6:271 BW Pro volgt dat een ontbinding partijen bevrijdt van de daardoor getroffen verbintenissen. Voor zover deze reeds zijn nagekomen, blijft de rechtsgrond voor deze nakoming in stand, maar ontstaat voor partijen een verbintenis tot ongedaanmaking van de reeds door hen ontvangen prestaties.
2.13.
[gedaagde] heeft niet betwist het bedrag van € 4.403,19 van Microflown te hebben ontvangen. Daarmee staat dus vast dat dit bedrag is betaald. Microflown betwist dat sprake is van een op geld waardeerbare prestatie van [gedaagde] . [gedaagde] heeft ter zitting weliswaar gesteld dat hij wel werk heeft verricht aan de drone en dat deze zo goed als klaar was, maar dat sprake is van een op geld waardeerbare prestatie heeft hij niet concreet onderbouwd. Daarmee heeft hij niet aan zijn stelplicht voldaan, wordt aan bewijslevering niet toegekomen en is de conclusie dat een op Microflown rustende ongedaanmakingsverplichting jegens [gedaagde] niet is komen vast te staan. [gedaagde] zal in het kader van zijn ongedaanmakingsverplichting worden veroordeeld het door Microflown aan hem betaalde bedrag van € 4.403,19 aan haar terug te betalen.
2.14.
Microflown stelt dat de drone, waarvan vaststaat dat [gedaagde] deze nog onder zich heeft, een waarde vertegenwoordigt van € 2.000,00. De door Microflown bij wijze van vervangende schadevergoeding gevorderde betaling van dit bedrag heeft [gedaagde] gemotiveerd betwist. Microflown heeft nagelaten haar stelling met betrekking tot de waarde van de drone te onderbouwen, hetgeen wel op haar weg had gelegen. Microflown heeft aldus niet aan haar stelplicht voldaan, waardoor niet aan bewijslevering wordt toegekomen. De conclusie is dan ook dat de door haar gestelde waarde van de drone niet in rechte is komen vast te staan. Dit deel van de vordering wordt afgewezen.
2.15.
Voor zover Microflown met haar vordering tot vergoeding van wettelijke (handels)rente heeft bedoeld wettelijke handelsrente in de zin van artikel 6:119a BW te vorderen is de vordering niet toewijsbaar, nu de grondslag van het toewijsbare bedrag een ongedaanmakingsverplichting ex artikel 6:271 BW Pro is. Als onbetwist en op de wet gegrond zal wel de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW Pro worden toegewezen.
in reconventie
2.16.
[eiser] heeft tijdens de mondelinge behandeling zijn reconventionele vorderingen tot opheffing van het beslag en betaling door Microflown van € 8.324,15 alsmede € 3.500,00 aan verhuiskosten ingetrokken. Dat betekent dat enkel nog resteert de vordering van [eiser] om Microflown te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 1.720,62, ter zake van de gestelde meerwerkfactuur van 12 mei 2020.
2.17.
Microflown heeft de verschuldigdheid van die meerwerkfactuur gemotiveerd betwist. [eiser] heeft, ook tijdens de mondelinge behandeling, in het geheel geen onderbouwing gegeven van de meerwerkfactuur. Aan bewijslevering wordt daarom niet toegekomen. De grondslag voor de vordering van het bedrag van € 1.720,62 is in rechte niet komen vast te staan. De kantonrechter zal de vordering daarom afwijzen.
in conventie en reconventie
2.18.
[gedaagde] wordt als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten in conventie, die tot aan deze uitspraak aan de zijde van Microflown worden vastgesteld op € 584,09 aan verschotten (€ 85,09 aan dagvaardingskosten en € 499,00 aan griffierecht) en € 747,00 aan salaris voor de gemachtigde (3 punten à € 249,00 per punt). Gelet op de samenhang tussen de vordering in conventie en in reconventie en nu de reconventie niet of nauwelijks tot extra werkzaamheden heeft geleid, worden de proceskosten in reconventie aan de zijde van Microflown begroot op nihil aan salaris voor de gemachtigde.

3..De beslissing

De kantonrechter:
in conventie
veroordeelt [gedaagde] om aan Microflown tegen kwijting te betalen € 4.403,19, vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW Pro daarover vanaf 17 maart 2020 tot aan de dag van algehele voldoening;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Microflown vastgesteld op € 584,09 aan verschotten en € 747,00 aan salaris voor de gemachtigde;
in reconventie
wijst de vordering af;
veroordeelt [eiser] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Microflown vastgesteld op nihil;
in conventie en reconventie
verklaart dit vonnis, voor zover het de veroordelingen betreft, uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het méér of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. K.J. Bezuijen en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
44478/362