ECLI:NL:RBROT:2021:3871
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst en toewijzing huurachterstand na overlijden huurder
De zaak betreft een geschil tussen Stichting Woonplus Schiedam en de gedaagde, die na het overlijden van zijn moeder in de gehuurde woning bleef wonen zonder wettelijk huurrechten. Er was een huurachterstand ontstaan over de periode november 2019 tot en met augustus 2020, en na het overlijden van de moeder werd een nieuwe huurovereenkomst gesloten met gedaagde.
Woonplus vorderde ontbinding van de huurovereenkomst wegens wanprestatie, betaling van de huurachterstand, wettelijke rente en ontruiming van de woning. Gedaagde erkende de vordering maar verscheen niet bij de mondelinge behandeling. De kantonrechter stelde vast dat de huurachterstand aanzienlijk was en dat gedaagde onvoldoende had onderbouwd waarom ontbinding niet gerechtvaardigd zou zijn.
De kantonrechter oordeelde dat de huurovereenkomst ontbonden kon worden en veroordeelde gedaagde tot betaling van de huurachterstand van €3.626,37 plus wettelijke rente, tot ontruiming binnen twee weken na uitspraak en betaling van de lopende huur vanaf januari 2021. De gevorderde incassokosten werden afgewezen wegens onjuiste aanmaning. Gedaagde werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en gedaagde veroordeeld tot betaling van huurachterstand en ontruiming binnen twee weken.