Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het (verdere) verloop van de procedure
2..De vaststaande feiten
Goederenvervoer over de weg (geen verhuizingen)” en “
Opslag in distributiecentra en overige opslag (niet in tanks, koelhuizen e.d.)”. [gedaagde 1] is een 100% dochteronderneming van [bedrijf 1] Laatstgenoemde is op haar beurt een 100% dochteronderneming van [bedrijf 2]
Gisteren, dinsdag 14 januari 2020, heeft u medegedeeld dat u geen werk meer zou hebben voor cliënt en dat hij daarom naar huis kon gaan. Eerder heeft u cliënt al medegedeeld dat u de klanten en werkzaamheden zou hebben overgedragen aan een ander transportbedrijf, dat u cliënt niet meer zijn eigen werkzaamheden tijdens de overeengekomen arbeidstijden zou kunnen laten verrichten maar uitsluitend nog ander werk, en dat u van cliënt verwacht dat hij een ontslagbrief bij u inlevert, omdat u spoedig helemaal geen werk meer voor hem zou hebben. Volledigheidshalve bericht ik u dat cliënt de arbeidsovereenkomst niet zelf zal opzeggen.
[gedaagde 1] stelt zich op het standpunt dat uw cliënt zich dient te wenden tot Japal. Er is sprake van overgang in de zin van afdeling 8 BW 7. Tevens komt het voor rekening van uw cliënt, dat hij zich nog steeds niet heeft gemeld bij Japal.
3..De stellingen van [eiser]
4..De stellingen van [gedaagde 1]
5..De stellingen van Japal
6..De beoordeling
NJ1987/502 (
Spijkers). Het belang dat moet worden gehecht aan de onderscheiden factoren, verschilt naar gelang van de uitgeoefende activiteit en tevens van de productiewijze of bedrijfsvoering in de onderneming. Daarbij geldt dus dat de identiteit niet alleen bepaald wordt door de activiteit van de onderneming maar ook door de personeelssamenstelling, de leiding, de taakverdeling, de bedrijfsvoering en de productiemiddelen.
nou nee, klanten en personeel, meer niet, geen spullen” en “
ook geen bv”.
Ajax/Reule). Vast staat daarnaast dat de vordering in de bodemzaak door [gedaagde 2] niet binnen de in de beschikking d.d. 15 mei 2020 gegeven termijn is ingesteld, zodat ook hiermee niet is voldaan aan het bepaalde in artikel 700 lid 3 Rv Pro.