Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
,
1..Het verloop van de procedure
2..De vaststaande feiten
3..De vordering
4..Het verweer
5..De beoordeling
Het beoordelingskader in kort geding
6..De beslissing
:
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak vordert eiseres de schorsing van de tenuitvoerlegging van een verstekvonnis dat haar veroordeelde tot betaling van een schadevergoeding en herstelwerkzaamheden. Het verstekvonnis is zonder inhoudelijke beoordeling uitvoerbaar bij voorraad verklaard, maar eiseres is tegen dit vonnis in verzet gekomen.
De kantonrechter weegt het spoedeisend belang van eiseres tegen het belang van gedaagde bij uitvoering van het vonnis. Eiseres heeft aannemelijk gemaakt dat sprake is van een restitutierisico, omdat gedaagde vanwege coronamaatregelen geen inkomsten genereert en geen partij meer is bij de huurovereenkomst. Tevens is er sprake van een kennelijke misslag in het vonnis over de omvang van de herstelverplichting.
De rechtbank oordeelt dat de belangen van eiseres bij schorsing van de tenuitvoerlegging zwaarder wegen dan het belang van gedaagde bij onmiddellijke executie. Daarom wordt de tenuitvoerlegging geschorst tot het eindvonnis in de verzetprocedure. Beide partijen dragen hun eigen kosten vanwege het verstek in de bodemprocedure.
Uitkomst: De tenuitvoerlegging van het verstekvonnis wordt geschorst tot het eindvonnis in de verzetprocedure.