Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
- het exploot van dagvaarding van 3 november 2020, met producties;
- de conclusie van antwoord (door hem aangeduid als “pleitnota”) van [gedaagde] , met producties;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
2..De vaststaande feiten
3..De vordering
- om aan [eiseres] tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 306,40, primair vermeerderd met de contractuele rente van 1,5% per maand, vanaf 27 oktober 2020 tot de dag der algehele voldoening, subsidiair vermeerderd met de wettelijke handelsrente ingevolge artikel 6:119a BW, vanaf 27 oktober 2020 tot de dag der algehele voldoening;
- in de proces- en nakosten.