De rechtbank Rotterdam heeft op 2 april 2021 uitspraak gedaan in een zaak betreffende de beëindiging van de schuldsaneringsregeling van schuldenares. De schuldsaneringsregeling was eerder verlengd en verkort, waarbij de laatste termijn eindigde op 28 februari 2021. Schuldenares gaf aan mogelijk slachtoffer te zijn van de kinderopvangtoeslagenaffaire en heeft zich als gedupeerde aangemeld bij de Belastingdienst. Zij ontving reeds een netto uitkering en wacht op een definitieve beslissing over eventuele extra compensatie.
Tijdens de zitting verklaarde schuldenares dat een deel van haar schulden voortkomt uit terugvorderingen van toeslagen en dat zij zich bewust is dat eventuele compensatie in de boedel valt. De bewindvoerder ondersteunde het verzoek om de schone lei toe te kennen. De rechtbank oordeelde dat schuldenares niet toerekenbaar tekortgeschoten is in haar verplichtingen onder de schuldsaneringsregeling en geen schuldeiser bezwaar had gemaakt.
De rechtbank besloot de schone lei toe te kennen, waardoor na beëindiging van de regeling de resterende schulden waarvoor de regeling geldt niet langer afdwingbaar zijn. De financiële afwikkeling wordt uitgesteld totdat de compensatieregeling voor de toeslagenaffaire is afgerond en schuldenares als gedupeerde erkend is. Tevens werd het salaris van de bewindvoerder vastgesteld en de kosten van de medische keuring geregeld.