ECLI:NL:RBROT:2021:3696

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
19 maart 2021
Publicatiedatum
26 april 2021
Zaaknummer
C/10/615007 / FA RK 21-2077
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 WvggzArtikel 2 lid 1 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing voortzetting crisismaatregel op grond van Wvggz wegens neurocognitieve stoornis

De officier van justitie verzocht om voortzetting van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 Wvggz Pro voor betrokkene, die lijdt aan een ongespecificeerde neurocognitieve stoornis. Betrokkene verblijft sinds december 2020 in een gespecialiseerde Wvggz-accommodatie en vertoont ernstige cognitieve problemen, waaronder geheugenverlies en verkeersonveiligheid.

Tijdens de mondelinge behandeling op 19 maart 2021 werden betrokkene, zijn advocaat, een psychiater en zijn mentor gehoord. De rechtbank constateerde dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, zoals lichamelijk letsel en maatschappelijke teloorgang, waarvoor verplichte zorg noodzakelijk is.

De rechtbank achtte het toedienen van medicatie, bewegingsbeperkingen, beperkingen in het eigen leven inrichten en opname in een accommodatie noodzakelijk. Andere door de officier verzochte zorgvormen werden afgewezen wegens onvoldoende noodzaak. Betrokkene verzette zich tegen de zorg, maar er waren geen minder bezwarende alternatieven.

De maatregel werd als evenredig en effectief beoordeeld en de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel werd verleend met een geldigheidsduur van drie weken, tot en met 9 april 2021.

Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel met verplichte zorg tot en met 9 april 2021.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/615007 / FA RK 21-2077
Externe referentie: [kenmerk externe referentie]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 19 maart 2021 betreffende een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,hierna: de officier,
met betrekking tot:
[naam betrokkene],
geboren op [geboortedatum betrokkene] te [geboorteplaats betrokkene] ,
hierna: betrokkene,
wonende te [woonplaats betrokkene] ,
thans verblijvende in Antes, locatie Zorgboulevard te Rotterdam,
advocaat mr. S.R. Kwee te Rotterdam.

1..Procesverloop

1.1.
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 16 maart 2021, heeft de officier verzocht om voortzetting van de op 15 maart 2021 opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel van 15 maart 2021;
  • de medische verklaring opgesteld door drs. [naam psychiater] , psychiater, van 15 maart 2021;
  • de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;
  • de relevante politiegegevens en/of de strafvorderlijke- en justitiële gegevens van betrokkene.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 19 maart 2021.
Bij die gelegenheid zijn (overeenkomstig artikel 2 lid 1 van Pro de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid) via beeld- en geluidverbinding gehoord:
  • betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat;
  • [naam psychiater] , psychiater, verbonden aan Antes;
  • [naam mentor/broer van betrokkene] , mentor en broer van betrokkene.
1.3.
De officier is niet gehoord, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2..Beoordeling

2.1.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van, of het aanzienlijk risico op, ernstig lichamelijk letsel, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is. Betrokkene is sinds december 2020 opgenomen in de accommodatie. Daarvoor verbleef hij geruime tijd in het Meander MC in Amersfoort. Betrokkene is de afgelopen periode sterk vooruit gegaan. Wel is er sprake van ernstige cognitieve problemen. Betrokkene heeft problemen met zijn korte termijn geheugen en is niet verkeersveilig. Zo steekt hij zomaar de straat over en kan hij de weg niet vinden. Hieruit volgt dat betrokkene nog niet zonder zorg kan.
2.2.
Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een ongespecificeerde neurocognitieve stoornis waarvoor verdere diagnostiek nog moet volgen. Mogelijk blijkt uit het nog uit te voeren neuropsychologisch onderzoek dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening of een verstandelijke handicap. Echter, op de locatie waar betrokkene zich nu bevindt, kan hij het beste onderzocht en behandeld worden. Dit is een Wvggz-accommodatie. Hier dient in elk geval de verdere diagnostiek plaats te vinden.
2.3.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
2.4.
Op basis van de medische verklaring en de mondelinge behandeling, acht de rechtbank de volgende in de crisismaatregel genomen vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
  • het toedienen van medicatie;
  • het beperken van de bewegingsvrijheid;
  • het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het toelaten van en het op afspraak verschijnen bij ambulante behandelaars;
  • het opnemen in een accommodatie.
2.5.
De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg, te weten, het toedienen van vocht en voeding, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, het insluiten, het uitoefenen van toezicht, het onderzoek aan kleding of lichaam, het onderzoek van de woon-of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen, het controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen en het beperken van het recht op het ontvangen van bezoek, worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaar ter zitting gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.
2.6.
Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.7.
De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.8.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na vandaag.

3..Beslissing

De rechtbank:
3.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;
3.2.
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.4. kunnen worden getroffen;
3.3.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 9 april 2021;
3.4.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is op 19 maart 2021 mondeling gegeven door mr. M.W.J. van Elsdingen, rechter, in tegenwoordigheid van H.J. de Wit, griffier, en op 26 maart 2021 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.