Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Dordrecht,
1. de vennootschap onder firma
2. [eiser 2] ,
3. [eiser 3] ,
4. [eiser 4] ,
5. [eiser 5] ,
[gedaagde] ,
Verloop van de procedure
Omschrijving van het geschil
1. De arbeidsovereenkomst bedraagt gemiddeld 19,25 uur per week (maandag 1700-2115,
3. Het gaat hier ten alle tijde om incidentele werkzaamheden/arbeidsuren of
- te verklaren voor recht dat [gedaagde] in de drie maanden voor haar eerste arbeidsongeschiktheid weliswaar wekelijks meer heeft gewerkt dan de overeengekomen 19,25 uur, maar dat dit incidenteel gebeurde, in die zin dat het niet haar gewone werk betrof, maar werk ter vervanging van anderen;
- [gedaagde] te veroordelen om aan [eiser 1] te betalen het netto equivalent van het door [eiser 1] op grond van het arrest van het Gerechtshof Den Haag van
[gedaagde] (zo begrijpt de kantonrechter)in de kosten van het geding.
Beoordeling van het geschil
- 25,77% van een bedrag van € 1.849,40 bruto en dus € 476,59 bruto met betrekking tot de periode 24 december 2018 tot en met 23 februari 2019 en 24 maart tot en met 23 mei 2019;
- 25,77% van een bedrag van € 4.115,77 bruto en dus € 1.060,63 bruto met betrekking tot de periode 24 mei 2019 tot en met 31 maart 2020;
- 25,77% van een bedrag van € 438,28 bruto en dus € 112,94 bruto met betrekking tot de maand april 2020.