ECLI:NL:RBROT:2021:3619
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering wegens overschatting functionele mogelijkheden ongegrond verklaard
Eiseres, arbeidsongeschikt wegens locomotore klachten, ontving sinds 2015 een WIA-uitkering. Verweerder beëindigde deze uitkering per 7 januari 2019, later herzien tot 23 januari 2020. Eiseres stelde dat haar functionele mogelijkheden waren overschat, mede vanwege een acute ziekenhuisopname eind 2019 en psychische beperkingen.
De rechtbank toetste of verweerder de beperkingen en de mate van arbeidsongeschiktheid correct had vastgesteld. Uit het verzekeringsgeneeskundig onderzoek en de rapportages van de arbeidsdeskundige bleek dat eiseres in staat was om ten minste 65% van het maatmaninkomen te verdienen. De functionele mogelijkheden waren adequaat vastgesteld, ook rekening houdend met vervoer en psychische klachten.
De rechtbank oordeelde dat de uitlooptermijn van twee maanden en één dag passend was, gezien de medische situatie en revalidatie. Er was geen aanleiding om de mate van arbeidsongeschiktheid hoger vast te stellen dan door verweerder gedaan. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de WIA-uitkering bekrachtigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de WIA-uitkering is ongegrond verklaard en het besluit bekrachtigd.