Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
- het exploot van dagvaarding van 7 augustus 2020, met producties;
- de aantekeningen van de griffier van het mondelinge antwoord van [gedaagde] van 1 september 2020;
- de aantekeningen van de griffier van het aanvullende mondelinge antwoord van [gedaagde] van 22 oktober 2020, alsmede de ter zitting ingediende schriftelijke reactie;
- de conclusie van repliek;
- de rolbeslissing van de kantonrechter van 12 februari 2021;
- de brief van ING van 2 maart 2021;
- de brief van [gedaagde] van 4 maart 2021.
2..De vaststaande feiten
- Uw betaalrekening onder nummer [bankrekeningnummer] vertoont sedert geruime tijd een niet toegestane overschrijding van de verleende kredietlimiet.
- Uit een recent uittreksel uit het handelsregister is gebleken dat u de bedrijfsactiviteiten van [handelsnaam] per 1 januari 2013 heeft beëindigd, zonder dat daarbij algehele aflossing van de door ING verleende kredietfaciliteit heeft plaatsgevonden.
- Daar u kenbaar heeft gemaakt dat u uw betal;ingsverplichtingen niet langer kunt nakomen, is er naar het oordeel van ING gegronde vrees ontstaan voor de onverhaalbaarheid van de vordering.
- Voorts is door de ING geconstateerd dat er geen of nauwelijks omzet over uw zakelijke rekening [bankrekeningnummer] bij de ING plaatsvindt.