ECLI:NL:RBROT:2021:3555
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep tegen weigering beperkte anonimiteit getuige beveiliger
De zaak betreft een hoger beroep van het openbaar ministerie tegen de beschikking van de rechter-commissaris die de vordering tot het beperkt anoniem horen van een beveiliger als getuige heeft afgewezen. De beveiliger werkte op een bedrijventerrein in het Rotterdamse havengebied waar 374 kilogram cocaïne werd aangetroffen.
Het OM stelde dat er risico's zijn dat de getuige overlast zou ondervinden of in zijn beroep zou worden belemmerd indien zijn identiteit bekend wordt, mede door de aard van zijn taak en de criminele context. De verdediging wilde de getuige zonder beperkingen horen vanwege zijn cruciale rol in het bewijs.
De rechtbank oordeelde dat het OM onvoldoende concrete feiten of omstandigheden had aangevoerd om een gegrond vermoeden van overlast of belemmering vast te stellen. Algemene verwijzingen naar risico's en mogelijke druk van criminele organisaties waren onvoldoende. De rechter-commissaris had daarom in redelijkheid de vordering kunnen afwijzen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, waarbij het beginsel van equality of arms en de noodzaak van terughoudendheid bij het toekennen van anonimiteit aan getuigen werden benadrukt. De verdediging heeft recht op het onbegrensd horen van getuigen, tenzij er zwaarwegende redenen zijn.
Uitkomst: Hoger beroep van het openbaar ministerie tegen weigering beperkte anonimiteit getuige wordt ongegrond verklaard.