Textiel Services Rijnmond B.V. (TSR) verzocht de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met haar werknemer vanwege een verstoorde arbeidsverhouding. De werknemer was sinds 2011 in dienst en meldde zich in juli 2018 ziek. Na een mediationtraject in 2019 hervatte zij haar werkzaamheden in april 2020, ondanks een advies voor verdere mediation.
TSR stelde de werknemer in december 2020 op non-actief vanwege bezwaren tegen ploegendiensten die vanwege corona waren ingevoerd. De werknemer maakte bezwaar tegen de non-actiefstelling en meldde zich vervolgens ziek. TSR verzocht de ontbinding van de arbeidsovereenkomst, terwijl de werknemer zich primair op het opzegverbod tijdens ziekte beriep en subsidiair een billijke vergoeding eiste wegens ernstig verwijtbaar handelen van TSR.
De kantonrechter oordeelde dat het verzoek om ontbinding niet door het opzegverbod werd belemmerd omdat het verzoek al bestond vóór de ziekmelding. De arbeidsverhouding was ernstig verstoord en ontbinding was gerechtvaardigd. De transitievergoeding werd toegekend, maar de billijke vergoeding werd afgewezen omdat TSR niet ernstig verwijtbaar had gehandeld. Wel was er sprake van enig verwijt, maar niet in die mate dat een billijke vergoeding gerechtvaardigd was.