AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Verlenging ondertoezichtstelling kind wegens veiligheidszorgen en verstoorde communicatie ouders
De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarig kind tot 7 april 2022. De ondertoezichtstelling was eerder vastgesteld tot 7 april 2021. De vader wordt verdacht van misbruik van een minderjarige en bezit van kinderporno, wat nog in onderzoek is. Om de veiligheid van het kind te waarborgen, wordt de omgang met de vader begeleid.
De moeder woont met het kind en verzet zich niet tegen de verlenging, hoewel zij bezorgd is over de veiligheid en de duur van het strafrechtelijk onderzoek. De vader ontkent de aantijgingen, stemt in met verlenging en wenst uitbreiding van de begeleide omgang op een meer kindvriendelijke locatie.
De kinderrechter oordeelt dat het wettelijke criterium van artikel 1:255 BWPro is voldaan vanwege ernstige ontwikkelingsbedreiging door veiligheidszorgen en verstoorde communicatie tussen ouders. De ondertoezichtstelling wordt daarom met een jaar verlengd, met het oog op begeleiding van omgang en communicatie en het inzetten van hulpverlening.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling van het kind wordt verlengd tot 7 april 2022 met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Jeugdrecht
Zaaknummer: C/10/612875 / JE RK 21-319
Datum uitspraak: 22 maart 2021
Beschikking verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
betreffende
[naam kind] ,
geboren op [geboortedatum kind] 2011 te [geboorteplaats kind] , hierna te noemen: [naam kind] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder] ,
hierna te noemen: de moeder, wonende te [woonplaats moeder] ,
[naam vader] ,
hierna te noemen: de vader, zonder vaste woon- of verblijfsplaats.
Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoek met bijlagen van de GI van 8 februari 2021, ingekomen bij de griffie op 8 februari 2021.
Op 22 maart 2021 heeft de kinderrechter de zaak mondeling behandeld met gesloten deuren. Verschenen zijn: - de vader, die telefonisch is gehoord; - de moeder; - een vertegenwoordigster van de GI, [naam 1] .
Aangezien de moeder de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig is, maar wel de Spaanse taal, heeft de kinderrechter het verhoor doen plaatsvinden met bijstand van
[naam 2] , tolk in de Spaanse taal.
De feiten
Het ouderlijk gezag over [naam kind] wordt uitgeoefend door de ouders.
[naam kind] woont bij de moeder.
Bij beschikking van 7 april 2020 is [naam kind] onder toezicht gesteld tot 7 april 2021.
Het verzoek
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [naam kind] te verlengen voor de duur van een jaar, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De GI handhaaft het verzoek. De vader wordt verdacht van het misbruiken van een minderjarige vriendin van [naam kind] en van het bezit van kinderporno. Er is nog geen uitspraak gedaan in zijn strafzaak. Om de veiligheid van [naam kind] te waarborgen wordt de omgang tussen [naam kind] en haar vader begeleid. Daarnaast is sprake van echtscheidingsproblematiek en verstoorde communicatie tussen de ouders. Het is de ouders niet gelukt om een zorgregeling vast te stellen. Dit is op de achtergrond geraakt door de strafrechtelijke vervolging van de vader, maar de GI verwacht dat dit weer opspeelt zodra er meer duidelijkheid is over de strafzaak van de vader.
De GI ziet dat de begeleide omgang tussen [naam kind] en de vader goed verloopt. De GI is bereid te onderzoeken of een uitbreiding van de begeleide omgang mogelijk is.
Er zijn geen zorgen over de opvoedsituatie bij de moeder en het is ook positief dat de afgelopen periode de draagkracht van de moeder is vergroot.
De standpunten
De moeder verzet zich niet tegen het verzoek van de GI. De moeder maakt zich zorgen om de veiligheid van [naam kind] en wenst dat er snel duidelijkheid komt over de verdenkingen tegen de vader. De moeder is van mening dat het belangrijk is dat [naam kind] contact heeft met haar vader en duidelijk is dat zij hem graag ziet.
De vader ontkent de aantijgingen tegen hem. Het is niet noodzakelijk dat de GI betrokken is om de veiligheid van [naam kind] te waarborgen, omdat de vader geen gevaar vormt voor [naam kind] . De vader betreurt dat het lang duurt voordat de rechter tot een oordeel komt in zijn strafzaak en dat [naam kind] hiervan de dupe is. Toch is het voor nu goed dat de GI betrokken is, zodat de vader en [naam kind] omgang kunnen hebben. Zo kan de GI zien hoe goed het contact tussen de vader en [naam kind] is. De vader stemt daarom in met het verzoek. De vader wenst wel dat de omgang wordt uitgebreid en dat deze voor [naam kind] op een leukere plek dan op het kantoor van de GI plaats vindt.
De beoordeling
Op basis van de stukken, de mondelinge behandeling en hetgeen door de vader telefonisch naar voren is gebracht, is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 vanPro het Burgerlijk Wetboek. De ernstige ontwikkelingsbedreiging van [naam kind] is gelegen in de zorgen over de veiligheid van [naam kind] in het contact met haar vader, nu het strafrechtelijk onderzoek van de vader nog niet is afgerond. Daarnaast is [naam kind] in het verleden getuige geweest van huiselijk geweld tussen de ouders. Verder is sprake van echtscheidingsproblematiek en verstoorde communicatie tussen de ouders. Het is de ouders daarom niet gelukt om een zorgregeling voor [naam kind] vast te stellen. De komende periode is het van belang dat de omgang tussen [naam kind] en de vader begeleid wordt door de GI. Daarnaast is het van belang dat de GI de ouders begeleidt in hun communicatie in het belang van [naam kind] . De betrokkenheid van de GI is verder nodig om hulpverlening in te kunnen zetten. De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [naam kind] verlengen voor de duur van een jaar.
De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [naam kind] tot 7 april 2022;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 22 maart 2021 door mr. H. Benaissa, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. S. de Leeuw, als griffier. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 2 april 2021.
De griffier is buiten staat te tekenen.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.