Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..De procedure
- de dagvaarding van 18 maart 2021 met producties 1 tot en met 16
- de conclusie van antwoord met productie 1
- de mondelinge behandeling gehouden op 26 maart 2021.
Rechtbank Rotterdam
Partijen zijn ex-echtgenoten en gezamenlijk eigenaar van een woning met hypotheek en levensverzekering. Na echtscheiding in 2019 is in een convenant afgesproken dat de woning zou worden verkocht en de opbrengst verdeeld. De verkoop verliep moeizaam door gebrek aan medewerking van gedaagde, die de woning bewoont met de kinderen en geen inkomen heeft.
Eiser vordert onder meer dat gedaagde onvoorwaardelijk meewerkt aan verkoop via een makelaar, toegang verschaft voor bezichtigingen en meewerkt aan het opstellen en ondertekenen van een verkoopovereenkomst, met dwangsommen bij niet-naleving. Gedaagde voert verweer en wijst de vorderingen af.
De rechtbank oordeelt dat eiser spoedeisend belang heeft bij nakoming van het convenant en wijst de vordering tot medewerking aan bezichtigingen toe, met een termijn van een week na betekening om de kinderen voor te bereiden. De overige vorderingen worden afgewezen omdat ze niet stroken met het convenant of te ruim zijn geformuleerd. Proceskosten worden gecompenseerd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot medewerking aan bezichtigingen van de woning met dwangsom bij niet-naleving; overige vorderingen worden afgewezen.