Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
handelend onder de naam [handelsnaam],
1..[gedaagde 1],
[gedaagde 2],
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak vordert eiseres betaling van een huurachterstand van gedaagde partijen. Na een tussenvonnis waarin de kantonrechter oordeelde dat eiseres de cashbetalingen beter moest onderbouwen en aanvullende aanmaningen moest overleggen, heeft eiseres slechts stukken overgelegd die reeds in het dossier aanwezig waren. De kwitanties waren slecht leesbaar en het betalingsoverzicht gaf geen inzicht in de wijze van betaling.
Daarnaast heeft eiseres geen aanvullende aanmaningen overgelegd en geen bewijs van verzending daarvan kunnen tonen, terwijl gedaagden het ontvangst van de bestaande aanmaningen betwisten. Hierdoor kon de kantonrechter niet vaststellen welke termijnen daadwerkelijk door gedaagden waren betaald en tot welke datum de huurovereenkomst voortduurde.
Gelet op het ontbreken van voldoende bewijs achtte de kantonrechter de vordering onvoldoende onderbouwd en wees deze af. Ook de nevenvorderingen, zoals administratiekosten, wettelijke rente en incassokosten, werden afgewezen. Eiseres werd veroordeeld in de proceskosten van gedaagden, vastgesteld op € 1.305,50.
Uitkomst: De vordering tot betaling van huurachterstand wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.