Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..Onderzoek op de terechtzitting
2..Tenlastelegging
in de eerste plaatsop neer dat de verdachte in de periode van 18 december 2013 tot en met 30 oktober 2019 heeft deelgenomen aan een terroristische organisatie, te weten de Islamitische Staat (hierna: IS) en
in de tweede plaatsdat zij voorbereidingshandelingen heeft verricht om terroristische misdrijven te plegen.
3..Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar en met de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd, alsmede oplegging van een maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking;
- de dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden;
- opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis per datum uitspraak.
4..Waardering van het bewijs
5..Strafbaarheid feiten
6..Strafbaarheid verdachte
7..Motivering straf
- het aan het locatieverbod gekoppelde elektronisch toezicht nu elektronisch toezicht voor een periode van drie jaar onwenselijk is, en
- de andere voorwaarde het bedrag betreffende inhoudende dat de verdachte “haar medewerking dient te verlenen aan gesprekken met een door de reclassering aan te wijzen externe theologisch deskundige” omdat deze voorwaarde in strijd wordt geacht met de vrijheid van godsdienst als bedoeld in artikel 6 van Pro de Grondwet.
8..Toepasselijke wettelijke voorschriften
9..Bijlagen
10..Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 42 (tweeënveertig) maanden;
14 (veertien) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
proeftijd, die wordt gesteld op
2 jaar;