Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2021:2963

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
22 maart 2021
Publicatiedatum
6 april 2021
Zaaknummer
C/10/614347 / FA RK 21-1750
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 WvggzArt. 7:11 WvggzArtikel 2 lid 1 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg bij paranoïde stoornis

De rechtbank Rotterdam behandelde op 22 maart 2021 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, die lijdt aan een paranoïde psychische stoornis. Betrokkene vertoont agressief gedrag, heeft wanen en is zorgmijdend, waardoor zij ernstig nadeel ondervindt en niet in staat is voor haar dochter te zorgen.

De rechtbank concludeerde dat betrokkene verplichte zorg nodig heeft om ernstig lichamelijk letsel, psychische schade en maatschappelijke teloorgang te voorkomen. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven en betrokkene toont onvoldoende ziekte-inzicht en bereidheid tot vrijwillige zorg.

De zorgmachtiging omvat reguliere verplichte zorg, verplichte zorg in crisissituaties zoals medicatietoediening en bewegingsbeperkingen, en opname in een accommodatie voor maximaal twee maanden. Overige verzochte zorgvormen zoals toediening van vocht en voeding werden niet noodzakelijk geacht.

De machtiging geldt voor zes maanden vanaf 22 maart 2021. De rechtbank wees het meer of anders verzochte af. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden voor verplichte zorg aan betrokkene met een paranoïde psychische stoornis.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/614347 / FA RK 21-1750
Referentienummer: [nummer]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 22 maart 2021 betreffende een zorgmachtiging in aansluiting op een voortzetting crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:11 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,hierna: de officier,
met betrekking tot:
[naam betrokkene],
geboren op [geboortedatum betrokkene], [geboorteplaats betrokkene],
hierna: betrokkene,
wonende te [woonplaats betrokkene],
thans verblijvende in Antes, locatie Poortmolen te Capelle aan den IJssel,
advocaat mr. K. Lammers-Roselaar te Rotterdam.

1..Procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 3 maart 2021.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • de medische verklaring opgesteld door [naam 1], psychiater, van 28 februari 2021;
  • de zorgkaart van 22 februari 2021;
  • het zorgplan van 26 februari 2021;
  • de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;
  • de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz; en
  • de relevante politiegegevens en/of de strafvorderlijke- en justitiële gegevens van betrokkene.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 22 maart 2021. Bij die gelegenheid zijn (overeenkomstig artikel 2 lid 1 van Pro de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid) via beeld- en geluidverbinding gehoord:
  • betrokkene met haar hiervoor genoemde advocaat;
  • [naam 2], psychiater, verbonden aan Antes; en
  • [naam 3], ambulant begeleider wonen, verbonden aan stichting Timon.
1.3.
De officier is niet ter zitting verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2..Beoordeling

2.1.
Bij beschikking van deze rechtbank van 12 februari 2021, is op grond van artikel 7:7 Wvggz Pro een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend. Tijdig, te weten op 3 maart 2021, is onderhavig verzoek ingediend.
2.2.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een paranoïde toestandsbeeld.
2.3.
Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van haar psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade en ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang. Betrokkene is opgenomen met een crisismaatregel vanwege agressie naar een naaste. Betrokkene kan niet goed vertellen waarom zij door een crisismaatregel is opgenomen. Betrokkene is psychotisch en heeft paranoïde wanen over de duivel en de illuminatie. Daarnaast lijdt betrokkene aan grootheidsideeën en slaapt zij weinig. Voorafgaand aan de opname was tevens sprake van een stoornis in het gebruik van cannabis en is betrokkene driemaal met politie in aanraking geweest vanwege overlast in haar woning. Tijdens de opname vertoont betrokkene agressief gedrag naar anderen waardoor ze gesepareerd is geweest. Betrokkene onttrekt zich aan de zorg van de oncoloog voor haar lymfoom; ze komt niet naar controles. In het huidige toestandsbeeld is betrokkene niet in staat om contact met haar dochter aan te gaan of voor haar dochter te zorgen. Tijdens de mondelinge behandeling verklaart de psychiater dat het toestandsbeeld van betrokkene nog te fragiel is voor ontslag. Een langere opname is daarom noodzakelijk. Er wordt gezocht naar een passenede begeleide woonvorm voor betrokkene.
2.4.
Om ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, heeft betrokkene verplichte zorg nodig.
2.5.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn.
Uit de medische verklaring blijkt dat betrokkene onvoldoende bereid is om behandeling of zorg op vrijwillige basis te accepteren. Betrokkene is zorgmijdend en ambivalent in het innemen van medicatie. Betrokkene heeft geen ziektebesef en ziekte-inzicht. Om die reden is verplichte zorg nodig.
2.6.
Ten aanzien van de verzochte verplichte zorg overweegt de rechtbank het volgende. Uit de toelichting van de wetgever blijkt dat in een zorgmachtiging sprake kan zijn van drie gradaties van verplichte zorg. Allereerst kan de reguliere verplichte zorg opgenomen worden in de zorgmachtiging waarvan de zorgverantwoordelijke steeds gebruik mag maken. Ten tweede kan in de zorgmachtiging worden opgenomen welke zorg in crisissituaties mag worden gegeven – niet te verwarren met verplichte zorg in noodsituaties. Verplichte zorg in noodsituaties komt immers op de derde plaats in het drietrapsmodel. Wanneer de zorgmachtiging niet in de noodzakelijke zorg voorziet, kan in noodsituaties verplichte zorg worden verleend voor drie dagen, waarna een wijzigingsverzoek kan worden gedaan door de officier. Per geval moet worden beoordeeld welke verplichte zorg continu gegeven mag worden, welke zorg in crisissituaties gegeven mag worden en welke zorg niet wordt opgenomen in de zorgmachtiging en waar slechts in noodsituaties gebruik van mag worden gemaakt. De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken.
‘Reguliere verplichte zorg’
De rechtbank acht de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
  • het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles;
  • het opnemen in een accommodatie voor een maximum duur van twee maanden vanaf de datum van de uitspraak;
  • beperken van de bewegingsvrijheid gedurende deze opname; en
  • het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen, inhoudend dat bij ambulante zorg betrokkene behandelcontact moet toelaten, en behandelafspraken moet nakomen.
‘Verplichte zorg in crisissituaties’
Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat het kan voorkomen dat betrokkene stopt met het innemen van medicatie. In dat geval bestaat het risico dat betrokkene psychotisch decompenseert, wat resulteert in agressie naar anderen. In een crisissituatie, waarmee dus wordt gedoeld op psychotische ontregeling, mag naast de reguliere verplichte zorg gebruik worden gemaakt van de volgende vormen van verplichte zorg:
  • het beperken van de bewegingsvrijheid;
  • het insluiten;
  • het uitoefenen van toezicht op betrokkene; en
  • het opnemen in een accommodatie.
‘Overige verzochte verplichte zorg’
De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg, te weten het toedienen van vocht en voeding, het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening, worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaar tijdens de mondelinge behandeling gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.
2.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.8.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden met ingang van vandaag.

3..Beslissing

De rechtbank:
3.1.
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;
3.2.
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.6. kunnen worden getroffen;
3.3.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 22 september 2021;
3.4.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is op 22 maart 2021 mondeling gegeven door mr. A.C. Siemons, rechter, in tegenwoordigheid van G. de Man, griffier, en op 6 april 2021 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.