De rechtbank Rotterdam behandelde op 22 maart 2021 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, die lijdt aan een paranoïde psychische stoornis. Betrokkene vertoont agressief gedrag, heeft wanen en is zorgmijdend, waardoor zij ernstig nadeel ondervindt en niet in staat is voor haar dochter te zorgen.
De rechtbank concludeerde dat betrokkene verplichte zorg nodig heeft om ernstig lichamelijk letsel, psychische schade en maatschappelijke teloorgang te voorkomen. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven en betrokkene toont onvoldoende ziekte-inzicht en bereidheid tot vrijwillige zorg.
De zorgmachtiging omvat reguliere verplichte zorg, verplichte zorg in crisissituaties zoals medicatietoediening en bewegingsbeperkingen, en opname in een accommodatie voor maximaal twee maanden. Overige verzochte zorgvormen zoals toediening van vocht en voeding werden niet noodzakelijk geacht.
De machtiging geldt voor zes maanden vanaf 22 maart 2021. De rechtbank wees het meer of anders verzochte af. Tegen deze beschikking staat cassatie open.