ECLI:NL:RBROT:2021:2776
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toelating tot wettelijke schuldsaneringsregeling ondanks twijfel over goede trouw
Verzoekster heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) wegens onvermogen tot betaling van haar schulden. De rechtbank constateert dat verzoekster niet langer kan voldoen aan haar betalingsverplichtingen en dat het verzoekschrift aan de formele eisen voldoet.
Hoewel op de schuldenlijst vorderingen staan die mogelijk niet te goeder trouw zijn ontstaan, waaronder een schuld aan de Belastingdienst gerelateerd aan de kinderopvangtoeslagaffaire, wordt het verzoek toch toegewezen. Dit omdat verzoekster aannemelijk heeft gemaakt dat zij de omstandigheden die tot de schulden hebben geleid onder controle heeft gekregen en zij aan haar inspanningsplicht voldoet.
De rechtbank benadrukt dat een eventuele schadevergoeding uit de toeslagenaffaire bij toelating tot de WSNP in de boedel valt. Verder is vastgesteld dat het centrum van haar voornaamste belangen in Nederland ligt, waardoor de rechtbank bevoegd is deze insolventieprocedure te openen.
De rechtbank benoemt mr. B.A. Cnossen tot rechter-commissaris en kent een voorschot toe op de vergoeding van de bewindvoerder. Verzoekster wordt toegelaten tot de schuldsaneringsregeling met de verwachting dat zij haar verplichtingen zal nakomen.
Uitkomst: Verzoekster wordt toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling ondanks twijfel over goede trouw.