Vestia vordert betaling van herstel- en sleutelkosten na ontbinding van een huurovereenkomst met gedaagde. De huurovereenkomst was ontbonden bij verstekvonnis en de woning ontruimd. Vestia stelde dat gedaagde €1.319,98 verschuldigd was voor herstelwerkzaamheden en niet ingeleverde sleutels. Gedaagde betwistte de vordering en stelde dat hij reeds betalingen had verricht die de vordering zouden dekken.
De kantonrechter oordeelde dat gedaagde aansprakelijk is voor de herstelkosten en sleutelkosten zoals vastgesteld bij de eindopname, ondanks zijn afwezigheid. Vestia kon echter niet aantonen dat de betalingen van gedaagde niet aan de juiste kosten waren toegerekend. De rechtbank stelde vast dat Vestia onvoldoende bewijs had geleverd voor de executiekosten en rente die zij naast de hoofdsom vorderde.
Uiteindelijk werd vastgesteld dat gedaagde meer had betaald dan het bedrag dat Vestia als verschuldigd stelde, waardoor de vordering werd afgewezen. De nevenvordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten werd eveneens afgewezen. Vestia werd veroordeeld in de proceskosten, die nihil werden begroot omdat gedaagde in persoon procedeerde.