Verzoekster, slachtoffer van de toeslagenaffaire, heeft een schuldregeling aangeboden aan haar schuldeisers waarbij 3,18% van de totale schuld wordt betaald. Deze regeling is gebaseerd op haar Participatiewet-uitkering en een prognoseakkoord dat rekening houdt met mogelijke schadevergoedingen en kwijtscheldingen van schulden.
Twintig van de eenentwintig schuldeisers gingen akkoord met de regeling, maar schuldeiser Capabel weigerde in te stemmen, stellende recht te hebben op volledige voldoening en dat verzoekster niet te goeder trouw handelde. Capabel stelde dat verzoekster niet het maximale had aangeboden en dat haar inkomenspositie zou kunnen verbeteren.
De rechtbank oordeelde dat verzoekster het maximale had aangeboden en dat de belangen van verzoekster en de meerderheid van schuldeisers zwaarder wegen dan die van Capabel. De regeling is goed gedocumenteerd, er is toezicht op nakoming en de schadevergoeding zal ten goede komen aan de schuldeisers.
Daarom beveelt de rechtbank Capabel om in te stemmen met de schuldregeling en wijst het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling af. Capabel wordt veroordeeld in de proceskosten, die nihil zijn begroot. Het vonnis treedt in de plaats van vrijwillige instemming en is uitvoerbaar bij voorraad.