Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
10/286582-20
1..Onderzoek op de terechtzitting
2..Tenlastelegging
3..Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten (1 tot en met 6, 7 primair, 8 en 9);
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en als bijzondere voorwaarden dat de verdachte zich zal gedragen naar de aanwijzingen van de reclassering, zich zal melden bij de reclassering, mee zal werken aan diagnostiek en een ambulante behandeling, geen contact zal hebben met zijn medeverdachten en zich zal inspannen een zinvolle dagbesteding te verkrijgen en te behouden.
4..Waardering van het bewijs
7..primair
5..Strafbaarheid feiten
6..Strafbaarheid verdachte
7..Motivering straf
- een meldplicht bij de reclassering;
8..Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen
9..Toepasselijke wettelijke voorschriften
10..Bijlagen
11..Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden;
€ 1.869,95 (zegge: achttienhonderdnegenenzestig euro en vijfennegentig cent),bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 17 september 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;
€ 9.250,- (zegge: negenduizendtweehonderdvijftig euro),bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 17 september 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam slachtoffer 1] te betalen
zegge: achttienhonderdnegenenzestig euro en vijfennegentig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 september 2020 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 1.869,95 niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
28 (achtentwintig) dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam slachtoffer 2] te betalen
€ 9.250,-(hoofdsom,
zegge: negenduizendtweehonderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 september 2020 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 9.250,- niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
81 (eenentachtig) dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;