Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift, met producties ontvangen op 20 oktober 2020;
- het verweerschrift, met producties;
- de brief met bijlagen van 11 november 2020 aan de zijde van ’s Heeren Loo.
Rechtbank Rotterdam
De werkgever, Stichting ’s Heeren Loo Zorggroep, verzocht de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer wegens ernstig verwijtbaar handelen en nalaten, met name het niet nakomen van re-integratieverplichtingen. De werknemer was sinds september 2019 arbeidsongeschikt en had meerdere keren afspraken met de bedrijfsarts en leidinggevende gemist. Daarnaast was zij tijdelijk onbereikbaar door onjuiste contactgegevens en persoonlijke omstandigheden.
De werknemer betoogde dat haar tekortkomingen voortkwamen uit medische problemen en persoonlijke omstandigheden, waaronder het verlies van haar woning en psychische klachten. Zij benadrukte haar inzet en medewerking aan re-integratie, ondanks enkele gemiste afspraken.
De kantonrechter oordeelde dat hoewel sprake was van verwijtbaar handelen, dit niet zodanig ernstig was dat voortzetting van de arbeidsovereenkomst onredelijk was. De werkgever had de werknemer meerdere malen schriftelijk gewaarschuwd en loon gesanctioneerd, maar de persoonlijke en medische situatie van de werknemer en haar inspanningen tot re-integratie maakten ontbinding niet gerechtvaardigd.
Daarom werd het verzoek tot ontbinding afgewezen en werden de proceskosten tussen partijen gecompenseerd.
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen vanwege onvoldoende ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer.