ECLI:NL:RBROT:2021:2138

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
24 februari 2021
Publicatiedatum
15 maart 2021
Zaaknummer
C/10/609833 / HA ZA 20-1201
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Ontslag van rechtsvervolging
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 1 WgbzArt. 127a lid 2 RvArt. 127a lid 3 Rv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag van instantie wegens te late betaling griffierecht zonder toepassing hardheidsclausule

Energie Concurrent B.V. startte een civiele procedure tegen Eneco Consumenten B.V. waarbij het griffierecht niet binnen de wettelijke termijn werd voldaan. Volgens artikel 3 lid 1 Wgbz Pro moet het griffierecht binnen vier weken na verschuldigd worden betaald zijn. Energie Concurrent betaalde het griffierecht pas na deze termijn, namelijk op 14 januari 2021, terwijl de uiterste betaaldatum 13 januari 2021 was.

De rechtbank toetste de mogelijkheid van toepassing van de hardheidsclausule uit artikel 127a lid 3 Rv, die ontslag van de instantie kan voorkomen bij onbillijkheid van overwegende aard. Energie Concurrent voerde aan dat de nota door een verhuizing van het kantoor van haar advocaat verloren was gegaan en dat na ontvangst van de e-mail van de rechtbank direct contact werd opgenomen en het griffierecht alsnog werd betaald.

De rechtbank oordeelde echter dat de betalingsverplichting en termijn rechtstreeks uit de wet voortvloeien en dat het risico van het missen van de nota voor rekening van de advocaat en daarmee Energie Concurrent komt. De advocaat had geacht moeten worden op de hoogte te zijn van de termijn en de gevolgen van overschrijding. Daarom werd de hardheidsclausule niet toegepast en werd Eneco Consumenten ontslagen van de instantie.

Energie Concurrent werd veroordeeld in de proceskosten, begroot op €656,00 aan griffierecht. De uitspraak werd gedaan door rechter J. van den Bos en rolrechter C. Bouwman op 24 februari 2021.

Uitkomst: Energie Concurrent wordt ontslagen van de instantie wegens te late betaling van het griffierecht zonder toepassing van de hardheidsclausule.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven
zaaknummer / rolnummer: C/10/609833 / HA ZA 20-1201
Vonnis van 24 februari 2021
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ENERGIE CONCURRENT B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
eiseres,
advocaat mr. A.J. Fioole te Amsterdam,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ENECO CONSUMENTEN B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
gedaagde,
advocaat mr. H.T. Verhaar te Rotterdam.
Partijen zullen hierna Energie Concurrent en Eneco Consumenten genoemd worden.

1..De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 8 december 2020, met producties 1 tot en met 27, waarbij is gedagvaard tegen 16 december 2020;
  • de e-mail van 14 januari 2021 van de rechtbank, waarbij mr. Fioole is medegedeeld dat de griffie heeft geconstateerd dat mr. Fioole het door zijn cliënt verschuldigde griffierecht niet heeft voldaan binnen de daarvoor in artikel 3 lid 1 Wet Pro griffierechten in burgerlijke zaken (hierna: Wgbz) bepaalde termijn;
  • de e-mail van 14 januari 2021 van mr. Fioole, welke als een op 27 januari 2021 genomen akte moet worden beschouwd;
  • de akte van 27 januari 2021 van mr. Verhaar.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2..De beoordeling

2.1.
Op grond van artikel 3 lid 1 Wgbz Pro is iedere verschenen partij in een civiele procedure een griffierecht verschuldigd. Op grond van het derde lid van die bepaling dient de eiser (in conventie) ervoor te zorgen dat het griffierecht binnen vier weken vanaf het verschuldigd worden daarvan op de rekening van de rechtbank is bijgeschreven.
2.2.
Energie Concurrent is het griffierecht op 16 december 2020 verschuldigd geworden en had dus tot en met 13 januari 2021 gelegenheid om het griffierecht te betalen. Uit de administratie van de rechtbank blijkt dat het griffierecht van Energie Concurrent pas op 14 januari 2021 is ontvangen. Het verschuldigde griffierecht is derhalve niet binnen de daartoe gestelde termijn voldaan.
2.3.
Op grond van artikel 127a lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) ontslaat de rechter de gedaagde van de instantie als de eiser het griffierecht niet tijdig heeft voldaan. Op grond van artikel 127a lid 3 Rv laat de rechter deze consequentie buiten toepassing als hij van oordeel is dat dit, gelet op het belang van één of meer van de partijen bij toegang tot de rechter, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard (de hardheidsclausule). In eerste aanleg heeft ontslag van instantie voor de eiser veelal geen fatale gevolgen omdat eiser zijn vordering opnieuw kan instellen.
2.4.
Energie Concurrent stelt het volgende. De nota van de rechtbank is vanwege een verhuizing van het kantoor van mr. Fioole in het ongerede geraakt. Na ontvangst van de email van de rechtbank van 14 januari 2021 is onmiddellijk contact opgenomen met de rechtbank en is de nota met spoed betaald.
2.5.
Eneco Consumenten refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.
2.6.
De rechtbank is van oordeel dat in dit geval geen grond bestaat voor toepassing van de hardheidsclausule. De betalingsverplichting en de termijn waarbinnen het griffierecht betaald moet zijn vloeien rechtstreeks voort uit de wet. Dat de nota van het griffierecht als gevolg van een verhuizing van het kantoor van mr. Fioole in het ongerede is geraakt, dient voor rekening en risico van mr. Fioole (en dus van Energie Concurrent) te komen. Daarnaast geldt dat mr. Fioole als advocaat van Energie Concurrent op grond van zijn deskundigheid en kennis ten aanzien van de procedure zonder meer geacht moet worden op de hoogte te zijn van de hier aan de orde zijnde termijn en van de verstrekkende gevolgen die de wet verbindt aan overschrijding daarvan, ongeacht of door de rechterlijke organisatie een nota of nadien nog een aanmaning wordt verstuurd. Het ligt op de weg van de advocaat om actie te ondernemen om in het bezit te komen van voor de betaling benodigde gegevens. Dat dit niet is gedaan komt voor rekening en risico van mr. Fioole (en dus van Energie Concurrent).
2.7.
De rechtbank zal Eneco Consumenten dan ook overeenkomstig het uitgangspunt van de wet van de instantie ontslaan.
2.8.
Gelet op het bepaalde in artikel 127a lid 2 Rv wordt Energie Concurrent veroordeeld in de proceskosten, te begroten op € 656,00 aan griffierecht.

3..De beslissing

De rechtbank
3.1.
ontslaat Eneco Consumenten van de instantie,
3.2.
veroordeelt Energie Concurrent in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van Eneco Consumenten begroot op € 656,00.
Dit vonnis is gewezen door mr. drs. J. van den Bos. Het is ondertekend door mr. C. Bouwman, rolrechter, en door deze in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2021.
3304/2438/1407