Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..[naam gedaagde 1] H.O.D.N. [handelsnaam 1] ,
[naam gedaagde 2] H.O.D.N. [handelsnaam 2],
1..De procedure
- het vonnis in incident van 2 oktober 2019 en de daarin genoemde stukken,
- de brief van 23 oktober 2019 van de rechtbank, waarbij een comparitie van partijen is bepaald,
- de producties 30-33 zijdens [gedaagden] ,
- de conclusie van antwoord in reconventie, met producties 26-46,
- de brief van 2 maart 2020, waarin de rechtbank de voor 9 maart 2020 geplande comparitie heeft geannuleerd en heeft bepaald dat voornoemde conclusie van antwoord in reconventie zal worden aangemerkt als conclusie van repliek in conventie, tevens conclusie van antwoord in reconventie,
- de conclusie getiteld “conclusie van dupliek tevens houdende akte vermindering van eis in reconventie”, zijnde de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie tevens houdende akte vermindering van eis in reconventie, met producties 34-44,
- de conclusie van dupliek in reconventie,
- de producties 47-51 zijdens [naam eiser 1] ,
- de productie 45 zijdens [gedaagden] ,
- de brief van 11 september 2020 van de rechtbank, waarbij een comparitie van partijen is bepaald,
- het proces-verbaal van comparitie van 17 december 2020.
2..De feiten
3..Het geschil
in conventie en in reconventie
4..De beoordeling
7.473,00(3,0 punten × tarief € 2.491,00)