Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
2..De vaststaande feiten
3..Het geschil
4..De beoordeling
5..De beslissing
:
Rechtbank Rotterdam
VGZ Zorgverzekeraar N.V. vordert betaling van een restantbedrag van € 874,54 aan zorgpremie en voorgeschoten zorgkosten van [gedaagde], voortvloeiend uit een zorgverzekeringsovereenkomst en een eerdere procedure uit 2018. De vordering betreft een hoofdsom van € 1.838,76 minus reeds gedane betalingen en buitengerechtelijke kosten.
[gedaagde] betwist de hoogte van de vordering en legt betaalbewijzen over van meerdere betalingen. De rechtbank onderzoekt deze betalingen en constateert dat een deel hiervan reeds in mindering is gebracht op de vordering, maar dat een bedrag van € 43,- onduidelijk is verwerkt. Dit bedrag wordt alsnog in mindering gebracht.
De rechtbank veroordeelt [gedaagde] tot betaling van € 874,54, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 24 augustus 2019, en in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: De kantonrechter veroordeelt [gedaagde] tot betaling van € 874,54 plus wettelijke rente en proceskosten.