ECLI:NL:RBROT:2021:1769
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid ongelijke behandeling concurrente crediteuren in akkoordprocedure glastuinbouwbedrijf
Verzoekster, een glastuinbouwbedrijf, verkeert door investeringen, verliesjaren en Covid-19 in financiële moeilijkheden en bereidt een akkoord voor om faillissement te voorkomen. Het akkoord onderscheidt twee groepen concurrente schuldeisers: zij met vorderingen vóór een cut off date en zij met vorderingen daarna, waarbij de eerste groep een lagere uitkering krijgt en de tweede groep volledig wordt voldaan. Tevens wordt een oogstkrediet van Rabobank buiten het akkoord gehouden.
De rechtbank stelt vast dat verzoekster de besloten akkoordprocedure volgt en bevoegd is het verzoek te behandelen. Alle relevante schuldeisers zijn correct opgeroepen en in de zitting gehoord. De rechtbank beoordeelt of de ongelijke behandeling een redelijke grond heeft en of de belangen van de minder bedeelde crediteuren daardoor niet worden geschaad.
De rechtbank oordeelt dat de ongelijke behandeling gerechtvaardigd is omdat betaling van schuldeisers na de cut off date essentieel is voor de voortzetting van de onderneming en de oogst. Zonder deze betaling zou de onderneming stilvallen en faillissement onafwendbaar zijn. De minder bedeelde crediteuren worden niet in hun belangen geschaad omdat bij faillissement zij waarschijnlijk niets zouden ontvangen. De rechtbank bevestigt dat de waardering van de zekerheden niet onjuist is.
De uitspraak is bindend voor de schuldeisers met vorderingen vóór de cut off date en geeft verzoekster zekerheid over de akkoordprocedure voordat het akkoord ter stemming wordt voorgelegd.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de ongelijke behandeling van concurrente schuldeisers gerechtvaardigd is en hun belangen niet schaadt.