ECLI:NL:RBROT:2021:1706
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen woningsluiting op grond van artikel 13b Opiumwet wegens drugshandel
De burgemeester van Rotterdam legde op grond van artikel 13b van de Opiumwet een last onder bestuursdwang op tot sluiting van een woning voor zes maanden vanwege de aanwezigheid van een handelshoeveelheid drugs en criminele activiteiten. De verzoekster, bewoonster van de woning, maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening.
De rechtbank constateerde dat de aangetroffen hoeveelheden drugs en attributen wijzen op handel, wat sluiting kan rechtvaardigen ter bescherming van de openbare orde en het woonklimaat. Verzoekster betwistte haar betrokkenheid en gaf verklaringen die niet in de bestuurlijke rapportage waren verwerkt. De rechtbank oordeelde dat verweerder onzorgvuldig had gehandeld en onvoldoende onderzoek had gedaan naar deze verklaringen.
Gezien de verstrekkende gevolgen van de maatregel en de onvolledige rapportage achtte de rechtbank het besluit naar verwachting niet stand te houden in bezwaar. Daarom werd de voorlopige voorziening toegewezen, het besluit geschorst en verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en de woningsluiting geschorst wegens onzorgvuldig besluit en onvoldoende onderzoek.