ECLI:NL:RBROT:2021:1591
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter in zorgregeling minderjarige kinderen
Verzoeker heeft op 27 januari 2021 tijdens een zitting over de zorgregeling voor zijn minderjarige kinderen wraking van de rechter verzocht. Hij stelde dat de rechter bevooroordeeld was en hem onvoldoende gelegenheid gaf zijn standpunten toe te lichten, mede omdat de rechter hem beschuldigde van acteren en hem onderbrak. De rechter weersprak deze beschuldigingen en benadrukte dat hij verzoeker voldoende ruimte had gegeven om zijn verzoek toe te lichten.
De wrakingskamer oordeelde dat het wrakingsverzoek tijdig was ingediend voor de zitting van 27 januari 2021, maar niet voor eerdere zittingen. De kamer stelde dat wraking slechts kan slagen bij zwaarwegende aanwijzingen van vooringenomenheid, die hier ontbraken. De spiegelende opmerking van de rechter over acteren was onvoldoende om vooringenomenheid aan te nemen.
Het proces-verbaal werd als een zakelijke weergave gezien en niet als letterlijke transcriptie, en de rechter had de vrijheid om het geschil te begrenzen. De wrakingskamer concludeerde dat verzoeker voldoende gelegenheid had gehad om zijn standpunten toe te lichten en dat het verzoek ongegrond was. Het verzoek werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Wrakingsverzoek afgewezen voor de zitting van 27 januari 2021 en niet-ontvankelijk verklaard voor eerdere zittingen.