Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Penitentiaire Inrichting Krimpen aan den IJssel,
1..Onderzoek op de terechtzitting
2..Tenlastelegging
3..Eis officier van justitie
- vrijspraak van het onder 1 primair, 2 en 3 ten laste gelegde;
- bewezenverklaring van het onder 1 subsidiair en 4 primair ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 2 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar;
- oplegging van een vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht voor de duur van 2 jaar, inhoudende een contactverbod met [naam aangever 1] , [naam aangever 2] en [naam aangever 3] met 2 weken vervangende hechtenis per overtreding;
- dadelijke uitvoerbaarheid van de op te leggen vrijheidsbeperkende maatregel.
4..Waardering van het bewijs
5..Strafbaarheid feit
1..subsidiair: mishandeling
6..Strafbaarheid verdachte
7..Motivering straf en maatregel
8..Vorderingen benadeelde partijen/schadevergoedingsmaatregel
€ 500,-, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld. Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.
9..Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.. Bijlagen
11..Beslissing
120 (honderdtwintig) uren, waarbij de Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;
0 (nul) urente verrichten taakstraf resteert;
maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de
€ 500,- (zegge: vijfhonderd euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 23 oktober 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;
maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde 1] te betalen
€ 500,-(hoofdsom,
zegge: vijfhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 oktober 2020 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 500,- niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
10 dagen;de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;