ECLI:NL:RBROT:2021:1502
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herinnering aan betalingsverplichting is geen besluit in bestuursrechtelijke zin
In deze bestuursrechtelijke zaak vordert eiser vernietiging van het besluit van het Drechtstedenbestuur waarin bezwaar tegen een herinneringsbrief aan een betalingsverplichting niet-ontvankelijk werd verklaard. Het oorspronkelijke terugvorderingsbesluit van 5 juni 2020 legde een bedrag van € 20.533,83 op dat in één keer binnen zes weken of in termijnen van € 52,62 per maand betaald moest worden.
Eiser maakte bezwaar tegen een brief van 5 augustus 2020 waarin verweerder hem herinnerde aan de maandelijkse betalingsverplichting en een betaling vóór 28 augustus 2020 vroeg. Verweerder stelde dat deze brief geen nieuw besluit bevatte, maar slechts een herinnering was aan de reeds bestaande betalingsverplichting uit het eerdere besluit.
De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 4:86 Awb Pro de betalingsverplichting ontstaat zodra zowel het bedrag als de betalingstermijn in een besluit zijn vastgesteld. De brief van 5 augustus 2020 bevatte geen nieuwe rechtsgevolgen en is daarom geen besluit in de zin van artikel 1:3 Awb Pro. De rechtbank verklaart het beroep van eiser dan ook ongegrond en bevestigt dat bezwaar tegen de herinneringsbrief niet-ontvankelijk is.
Uitkomst: Het beroep tegen de herinneringsbrief is ongegrond verklaard omdat deze brief geen besluit is in de zin van de Awb.