Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..Onderzoek op de terechtzitting
2..Tenlastelegging
3..Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) jaar met aftrek van voorarrest.
4..Waardering van het bewijs
zij- zakelijk weergegeven -
zij, verdachte opdracht heeft gegeven en aan welke verboden
zij, verdachte, feitelijk leiding heeft gegeven;
zij - zakelijk weergegeven - telkens opzettelijk
zij, verdachte, opdracht heeft gegeven en aan welke verboden
zij, verdachte, tezamen en in vereniging met een anderalthans
zij
zij, verdachte opdracht heeft gegeven en aan welke verboden
zij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander, althans
5..Strafbaarheid feiten
6..Strafbaarheid verdachte
7..Motivering straf
‘criminal charge’als bedoeld in artikel 6 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) en het wijzen van vonnis door de rechtbank bedraagt dan ook (afgerond) vier jaar en zes maanden. Naar het oordeel van de rechtbank is er in deze zaak geen sprake van bijzondere omstandigheid die deze overschrijding rechtvaardigt. De redelijke termijn is dan ook ruimschoots overschreden. De rechtbank laat dit meewegen bij de uiteindelijke straftoemeting.
8..In beslag genomen voorwerpen
9..Toepasselijke wettelijke voorschriften
10..Bijlagen
11..Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden;