De man verzoekt de rechtbank om het vaderschap van de minderjarige vast te stellen en subsidiair vervangende toestemming voor erkenning. De vrouw betwist dat de man de biologische vader is en stelt dat mogelijk een andere man de vader is. De rechtbank benoemt een bijzondere curator en laat partijen instemmen met DNA-onderzoek om het biologische vaderschap te bepalen.
De rechtbank overweegt dat het DNA-onderzoek noodzakelijk is om zekerheid te verkrijgen over het vaderschap, mede vanwege het belang van de openbare orde. De kosten van het onderzoek worden begroot op €685,-, waarvan de man de helft voorschiet, aangezien de vrouw rechtsbijstand heeft.
De procedure wordt aangehouden tot uiterlijk 1 oktober 2021, de datum waarop het deskundigenbericht moet worden ingediend. Partijen krijgen daarna de gelegenheid schriftelijk te reageren, waarna eventueel een mondelinge behandeling volgt. De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn mee te werken aan het onderzoek en dat niet-naleving nadelige gevolgen kan hebben.