ECLI:NL:RBROT:2021:13673
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in ontnemingsvordering na vrijspraak
De rechtbank Rotterdam behandelde op 14 oktober 2021 de ontnemingsvordering van het Openbaar Ministerie tegen de verdachte, die eerder vrijgesproken was van witwassen. De vordering betrof het vaststellen en ontnemen van wederrechtelijk verkregen voordeel tot een maximum van ruim zeven miljoen euro.
De rechtbank overwoog dat op grond van de Hoge Raad jurisprudentie (HR 17 februari 2009, ECLI:NL:HR:2009:BG4258) het ontbreken van een veroordeling wegens het strafbare feit de ontvankelijkheid van een ontnemingsvordering in de weg staat. Ondanks dat de vordering aanvankelijk aan de eisen voldeed, verhindert de daaropvolgende vrijspraak de ontvankelijkheid.
De rechtbank wees erop dat het hoger beroep van het Openbaar Ministerie tegen de vrijspraak hieraan niets verandert. Omdat er geen grondslag voor de vordering bestaat, werd het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard in de ontnemingsvordering. Het vonnis werd gewezen door drie rechters en uitgesproken op de openbare terechtzitting.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de ontnemingsvordering wegens de vrijspraak van de verdachte.