ECLI:NL:RBROT:2021:13610
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Intrekking Europees Bankbeslag na bereikte minnelijke schikking tussen partijen
Op 3 november 2021 diende verzoekster een verzoek in tot intrekking van het Europees Bankbeslag, dat op 17 oktober 2019 was gelegd op grond van een verleend verlof. De intrekking werd gevraagd omdat partijen een minnelijke regeling hadden getroffen. Verzoekster overhandigde het vereiste formulier Bijlage VII, mede ondertekend door de statutair directeur van de gerekwestreerde vennootschap.
De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek aan de hand van de artikelen 35 en 36 van Verordening (EU) nr. 655/2014 (EAPO-Vo). Hierin is bepaald dat schuldeiser en schuldenaar gezamenlijk het uitvaardigende gerecht kunnen verzoeken het conservatoir beslag in te trekken indien zij een schikking hebben bereikt. Het verzoek voldeed aan de formele vereisten, waaronder het juiste formulier.
Op basis hiervan besloot de voorzieningenrechter het Europees Bankbeslag in te trekken en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. De beslissing werd op 8 november 2021 in het openbaar uitgesproken door mr. P. de Bruin, voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam.
Uitkomst: Het Europees Bankbeslag is ingetrokken na een minnelijke schikking tussen partijen.