ECLI:NL:RBROT:2021:13610

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
8 november 2021
Publicatiedatum
22 september 2022
Zaaknummer
628110 / KG RK 21-1169
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 35 Verordening (EU) nr. 655/2014Art. 36 Verordening (EU) nr. 655/2014
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking Europees Bankbeslag na bereikte minnelijke schikking tussen partijen

Op 3 november 2021 diende verzoekster een verzoek in tot intrekking van het Europees Bankbeslag, dat op 17 oktober 2019 was gelegd op grond van een verleend verlof. De intrekking werd gevraagd omdat partijen een minnelijke regeling hadden getroffen. Verzoekster overhandigde het vereiste formulier Bijlage VII, mede ondertekend door de statutair directeur van de gerekwestreerde vennootschap.

De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek aan de hand van de artikelen 35 en 36 van Verordening (EU) nr. 655/2014 (EAPO-Vo). Hierin is bepaald dat schuldeiser en schuldenaar gezamenlijk het uitvaardigende gerecht kunnen verzoeken het conservatoir beslag in te trekken indien zij een schikking hebben bereikt. Het verzoek voldeed aan de formele vereisten, waaronder het juiste formulier.

Op basis hiervan besloot de voorzieningenrechter het Europees Bankbeslag in te trekken en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. De beslissing werd op 8 november 2021 in het openbaar uitgesproken door mr. P. de Bruin, voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam.

Uitkomst: Het Europees Bankbeslag is ingetrokken na een minnelijke schikking tussen partijen.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven
zaaknummer / rekestnummer: C/10/628110 / KG RK 21-1169
Beschikking van de voorzieningenrechter van 8 november 2021
in de zaak van
[verzoekster],
wonende te [woonplaats verzoekster],
verzoekster,
advocaat mr. M.A. Hupkes te Amsterdam,
tegen
de vennootschap naar buitenlands recht
F1 MARKETS LIMITED,
gevestigd te Limassol, Cyprus,
gerekwestreerde.,

1..De procedure

1.1.
Op 3 november 2021 is een op 2 november 2021 gedateerd verzoek, met één bijlage, ter griffie ingekomen. Naar aanleiding van vragen van de voorzieningenrechter zijn op 5 november 2021 nadere stukken ontvangen van verzoekster.

2. Het verzoek

2.1.
Het verzoek strekt ertoe om het Europees Bankbeslag, dat is gelegd op grond van een door de voorzieningenrechter van deze rechtbank op 17 oktober 2019 verleend verlof, op te heffen. Verzoeker stelt daartoe dat partijen een minnelijke regeling hebben getroffen.
2.2.
Verzoekster heeft het vereiste formulier Bijlage VII overgelegd dat is ondertekend door de heer Petros Mylonas, statutair directeur van gerekwestreerde en door de advocaat van verzoekster.

3..De beoordeling

3.1.
Op grond van artikel 35 lid 3 Verordening Pro (EU) nr. 655/2014 kunnen de schuldenaar en de schuldeiser samen, omdat zij zijn overeengekomen de zaak te schikken, het uitvaardigende gerecht verzoeken het bevel tot conservatoir beslag in te trekken of te wijzigen, of het bevoegde gerecht van de lidstaat van tenuitvoerlegging of, indien het nationale recht daarin voorziet, de bevoegde tenuitvoerleggingsinstantie in die lidstaat verzoeken de tenuitvoerlegging van het bevel te beëindigen of te beperken.
3.2.
Op grond van artikel 36 lid 1 Verordening Pro (EU) nr. 655/2014 dient het verzoek tot intrekking te worden ingesteld door middel van formulier Bijlage VII.
3.3.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat het verzoek van verzoekster tot intrekking van het gelegde Europees Bankbeslag vanwege het bereiken van een schikking, door het overleggen van een (mede) door gerekwestreerde ondertekend formulier Bijlage VII, voldoet aan de vereisten die Vo (EU) 655/2014 aan een verzoek tot intrekking stelt. De voorzieningenrechter gaat daarom over tot intrekking van het Europees Bankbeslag.

4..De beslissing

De voorzieningenrechter,
4.1.
trekt in het Europees Bankbeslag, gelegd op grond van het op 17 oktober 2019 door de voorzieningenrechter gegeven verlof met kenmerk C/10/582220 / KG RK 19-1244,
4.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven door mr. P. de Bruin, voorzieningenrechter en in het openbaar uitgesproken op 8 november 2021.
1426/2009